homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

23 OKTOBER 2009

GANZEN GEBRUIKEN OPVANGGEBIED ONVOLDOENDE

Van de ganzenpopulatie die in Nederland overwintert verblijft zestig procent in de voor hen gerealiseerde 80.000 hectare foerageergebieden. Dat blijkt uit een evaluatie van het beleid.
Het actief verjagen van ganzen buiten de opvanggebieden leidt niet tot meer ganzen in de opvanggebieden.
Vanaf 2004 zijn de provincies begonnen met de aanwijzing van foerageergebied waarbinnen ganzen en smienten rust en voedsel wordt geboden. In deze gebieden kunnen de boeren nu kiezen tussen een opvangovereenkomst via de provinciale regelingen Agrarisch Natuurbeheer (PSAN) of een volledige vergoeding van de getaxeerde gewasschade via het Faunafonds.
Om de schade buiten de opvanggebieden te verminderen moeten de ganzen daar verjaagd worden, en eventueel afgeschoten. Het idee hierachter is dat de ganzen geleidelijk leren waar ze welkom zijn en waar niet.
De belangrijkste conclusie uit het rapport is volgens LNV dat de ganzen (kolgans, grauwe gans, brandgans, rietgans) en smienten zich tot nu toe niet voldoende concentreren in de opvanggebieden. Ook is het aantal ganzen in Nederland en de jaarlijkse groei niet essentieel veranderd. Er is een jaarlijkse toename in de periode1975-2008 van circa zes procent.
Uit het onderzoek blijkt dat de hoeveelheid voedsel in de opvanggebieden, geen beperkende factor vormt. Ook bij verdere groei van de aantallen is er nog voldoende voedsel voor de komende 10 jaar. Daarna ontstaan mogelijk tekorten.
De opvangovereenkomsten en de schaderegeling kosten de overheid circa 17 miljoen euro per jaar. De kosten zijn hoger uitgevallen dan werd verwacht. Volgens de onderzoekers komt dit door de hogere vaste vergoeding per hectare voor de ganzenbeheerpakketten. Verder blijkt dat de ganzen langer in Nederland verblijven dan was voorzien. De tegemoetkomingen voor schade buiten de gebieden zijn niet afgenomen met de toename van het areaal foerageergebieden. Verder zijn ook de gewasprijzen en onkosten gestegen.


lees meer
1 OKTOBER 2009

EGEL MEET BODEMVERVUILING

De concentratie metalen in haar en stekels van egels is een goede idicatie van de vervuiling van de bodem. Dat blijkt uit onderzoek van Helga D’Havé van de Universiteit Antwerpen.
De onderzoekers onderzochten een egelpopulatie bij Hoboken, op een kilometer van een metaalverwerkend bedrijf, en zes egelpopulaties verder van Hoboken. Van 83 egels verdeeld over de verschillende populaties werden haar- en stekels genomen en geanalyseerd op zware metalen. Uit de resultaten blijkt dat egels die dichter bij het metaalverwerkende bedrijf leven, meer zware metalen in hun lichaam hebben. Deze metalen vertonen in haar en stekels zelfs een gradiënt die identiek is aan de gradiënt die in de bodem werd gevonden. De concentraties in het haar van egels vlakbij het metaalverwerkende bedrijf waren tientallen malen hoger dan de laagste gemiddelde concentratie die werd gemeten.
De egel blijkt uitstekend geschikt als bio-indicator om milieuvervuiling te meten, stelt D’Have dan ook in het tijdschrift Zoogdier.

Informatie: www.helgadhave.be

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk