Vogels overwinteren steeds dichter bij hun broedgebied, volgens onderzoeker Marcel Visser van het NIOO. ‘Waarschijnlijk omdat het warmer is geworden. Dan hoeven ze niet meer zo ver te vliegen voor een geschikte overwinteringsplek.’ Voordeel is dat de vogels zo meer zicht houden op het begin van het broedseizoen thuis – dat steeds eerder begint.
Visser en collega’s analyseerden de terugmeldingen van ruim 15.000 geringde vogels, verdeeld over 24 soorten. De trend is te zien in de afgelopen zeventig jaar. Visser: ‘Vooral de soorten van droge open gebieden laten dit zien, daarna de bossoorten. De soorten van natte open gebieden het minst.’ Het voordeel van deze kleinere trekafstanden is – naast het uitsparen van de vliegkosten – kan zijn dat de vogels beter in staat zijn om het gemiddeld steeds vroegere begin van de lente in hun broedgebied te voorspellen. Dat is moeilijker naarmate je verder van je broedgebied overwintert.
De door de jaren heen afnemende trekafstand was bij 21 van de 24 soorten zichtbaar. Blauwe kiekendief, stormmeeuw, kerkuil en merel lieten de grootste verandering zien, variërend van ruim tien tot meer dan 100 kilometer, op een maximum trekafstand van 500 kilometer. De onderzoekers hebben alleen korte- en middellangeafstandstrekkers bekeken, omdat alleen binnen Europa voldoende geringde vogels door vrijwilligers worden gemeld.
Informatie: www.nioo.knaw.nl/node/1042