homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

25 AUGUSTUS 2008

WEIDEVOGELS ONVERMINDERD HARD ACHTERUIT

Agrarisch natuurbeheer in de huidige vorm geeft absoluut geen herstel van de weidevogelpopulaties. Grutto, kievit, scholekster en recent zelfs de tureluur blijven in een vrije val. Ook de plotjes voor veldleeuweriken - vlakken van vier bij vier meter in graanpercelen die niet wordt ingezaaid - werken niet in alle gebieden. Dat stellen SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland in de onlangs verschenen Vogelbalans 2008.
‘Het is duidelijk. Agrarisch natuurbeheer moet veel doelmatiger worden ingezet. Daarnaast moeten de reservaten worden uitgebreid en beheerd op een manier die voor weidevogels optimaal is’, aldus Kees Koffijberg van SOVON, een van de opstellers van de Vogelbalans.
Eerder bleek al dat er vraagtekens kunnen worden gezet bij de effectiviteit van het huidige agrarisch natuurbeheer. Door diverse onderzoeken en monitoringsprojecten aan elkaar te koppelen, is het failliet van het systeem voor de twee vogelorganisaties nu onomwonden aangetoond. Het is een voor twaalf: de populatie veldleeuweriken bijvoorbeeld krimpt sinds 2000 jaarlijks met zes procent.

Het thema van de Vogelbalans is dit jaar Natura 2000. ‘Dat lijkt zo’n typisch Europees, log en bureaucratisch fenomeen, maar onderzoek toont aan dat het instellen van Vogel- en Habitatrichtlijngebieden werkelijk helpt. Met de vogels die in dit kader bescherming genieten, gaat het relatief beduidend beter dan met onbeschermde soorten’ stelt Koffijberg vast. En naarmate er in een land meer of langer Natura2000-gebieden zijn, gaat het de vogels beter. Het gunstige effect van Natura 2000 ten spijt geeft de Vogelbalans volgens Koffijberg geen reden tot optimisme: ‘Zelfs veel vogels van de Rode Lijst tonen geen enkel herstel. De ambitie om deze soorten te redden moet echt omhoog'.

Toch is de balans niet alleen een litanie van ellende. Er waren dit jaar opnieuw bijzondere broeders en bijna-broeders in Nederland. ‘Voor het derde opeenvolgende jaar heeft in Drenthe een paartje wilde zwanen gebroed. Wie weet het begin van een nieuwe populatie’, meldt Arjan Boele, coördinator Zeldzame Broedvogels bij SOVON. In Limburg zijn zeven territoria van de orpheusspotvogel vastgesteld en in het noorden hoorden de waarnemers van SOVON ruigpootuilen. Het is nog onduidelijk ‘wat de uilen deden’. En de witvleugelsterns die verleden jaar voor het eerst in Nederland broedden, zijn dit jaar weer op de broedplek gesignaleerd, maar nestelen was er niet bij.

De Vogelbalans 2008 is als pdf beschikbaar op de website van SOVON Vogelonderzoek (www.sovon.nl) of op te vragen bij SOVON of Vogelbescherming Nederland

Informatie: www.sovon.nl, www.vogelbescherming.nl

lees meer
22 AUGUSTUS 2008

COMPUTER HERKENT VOGELS AAN HUN ZANG

Wetenschappers aan de universiteit van Bonn hebben een computerprogramma ontwikkeld dat vogelzang herkent. De software kan opnames van vele honderden uren verwerken, waarna het nauwkeurig aangeeft hoeveel vogels van welke soort hoe vaak gezongen hebben. Vogeltellers kunnen dus thuisblijven.
In veel gebieden is het bijna onmogelijk om vogelpopulaties volledig in kaart te brengen. Dat komt doordat tellingen veelal door vrijwilligers in hun vrije tijd gedaan worden. Maar ook doordat vogels vaak verborgen zitten in de vegetatie, waar niemand ze kan zien. Dankzij het project van Daniell Wolf aan de universiteit van Bonn kunnen nu microfoons en computers ingezet worden voor een beter resultaat. Hiervoor is gebruikgemaakt van het archief van dierengeluiden van de Humbolt Universiteit in Berlijn.

Wolff onderzocht vooral de herkenning van de vink (Fringilla coelebs) en van de snor (Locustella luscinioides). De zang van de snor bleek een gemiddelde frequentie van 4 kHz te hebben, en bepaalde elementen van het signaal worden herhaald met een frequentie van 50 Hz.
De software die deze rietvogel moet herkennen is uitgebreid getest in een natuurgebied in Brandenburg, en bleek zeer betrouwbaar. Ondanks regen, wind en amfibieën werd de snor met 92 procent nauwkeurigheid waargenomen.

Voorlopig kunnen alleen individuele soorten herkend worden. In de toekomst moet het mogelijk zijn om zoveel mogelijk soorten tegelijk te herkennen. Ook bestaat het plan omvogelpopulaties eenvoudig en efficiënt in kaart te brengen met de methode, in combinatie met een GPS-systeem. Met zonne-energie kan opnameapparatuur makkelijk maanden lang draaien in de natuur.


lees meer
18 AUGUSTUS 2008

BOSDRAVIK TERUG IN NEDERLAND

Na bijna twintig jaar afwezigheid is de bosdravik terug in Nederland. Ecoloog Karl Eichhorn vond de anderhalve meter hoge grassoort, met zijn – net als bij ruwe dravik – naar een zijde overhangende bloeiwijze, in het Gulpdal in Zuid-Limburg. ‘Op precies dezelfde plek is in de jaren vijftig een exemplaar verzameld voor het herbarium in Leiden.’
De zeldzame grassoort die alleen voorkomt op kalkgronden is zeer waarschijnlijk uit de zaadvoorraad van de bodem gekiemd. Eichhorn verwacht dat de populatie van ongeveer honderd pollen in het Gulpdal minstens enkele jaren aanwezig zal blijven.
Een verklaring waarom bosdravik uitgerekend op deze plek is teruggekomen, is moeilijk te geven. Maar voor het bijna uitsterven van de soort, die in de jaren vijftig nog volop voorkwam, heeft Eichhorn wel een duidelijke verklaring. ‘Door de verdwijning van het hakhoutbeheer, waarbij bossen elke vijf tot twaalf jaar gekapt worden, zijn onnatuurlijk donkere bossen ontstaan, van relatief jonge bomen. Bosdravik heeft als zoomplant behoefte aan voldoende licht en groeit vooral aan de bosrand en op open plekken in het bos’. Deze open plekken ontstaan normaal gesproken door houtkap of door het omvallen van bomen door ouderdom of storm. ‘Eigenlijk staat bosdravik symbool voor vele andere soorten die hetzelfde biotoop nodig hebben en waarmee het slecht gaat. Om deze soorten weer terug te krijgen, moeten we bossen opnieuw in hakhoutbeheer nemen. Uit onderzoek dat ik met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer heb gedaan, blijkt dat dit zal leiden tot de duurzame terugkeer van vele soorten uit de zaadvoorraad. Helaas kunnen we door de hoge kosten maar op enkele plekken hakhoutbeheer toepassen’.

Bron: Boomblad 3, juni 2008

lees meer
13 AUGUSTUS 2008

GEBREK AAN GROEN JEUGDBELEID

De betrokkenheid van kinderen bij natuur en voedsel neemt langzaam af. Dat komt onder meer doordat groen opgroeien steeds moeilijker wordt, in een verstedelijkende samenleving. Toch ontbreekt het groen jeugdbeleid bij de overheid nog als belangrijk thema, aldus de Raad voor het Landelijk Gebied. Om dat te veranderen bracht de raad een advies uit: 'Groen opgroeien! Advies voor meer samenhang in groen jeugdbeleid'.
Op jonge leeftijd in aanraking komen met een groene omgeving is goed voor de gezondheid, creativiteit en de sociale interactie van kinderen. Veelvuldig contact met een groene omgeving verandert ook de waardering voor natuur, landschap en gezond voedsel. Maar het groen jeugdbeleid kenmerkt zich door een veelheid aan initiatieven, versnipperd over het land, aldus de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG).

In veel stadswijken is best groen aanwezig, maar niet in een vorm die voor kinderen te gebruiken of te bereiken is. Door het groen in een wijk goed met elkaar te verbinden, haal je de natuur de stad in, adviseert de raad. Vooral de krachtwijken bieden daarvoor volop kansen, aldus der RLG. Daar kunnen scholen, ouders, wijkcentra en natuur- en milieuorganisaties betrokken worden bij de herstructurering in de wijk. Verder pleit de RLG voor een landelijk kennis- en coördinatiecentrum voor jeugd en groen, waar alle ervaringen uitgewisseld kunnen worden en initiatieven elkaar kunnen versterken.

Vooral gemeenten moeten volgens de raad investeren in kindvriendelijke groene omgevingen, zoals groene verbindingen, nieuwe (brede) scholen in groene omgevingen en autoluwe en veilige wijken. Deze omgevingen werken verloedering en segregatie tegen en maken de stad als vestigingslocatie interessant voor bedrijven of kapitaalkrachtige burgers, aldus de raad.

De raad pleit ook voor het opnemen van de groene speelruimte in de bouwnormen van scholen, in de vorm van een zogenoemde groennorm. Ook pleit ze ervoor dat de rijksoverheid kritisch kijkt naar belemmerende regelgeving bij speelomgevingen, bijvoorbeeld als het gaat om aansprakelijkheid.

Verder kan volgens de RLG de speelomgeving van scholen wel wat groener. Het is zorgwekkend dat de bouw van vele nieuwe brede scholen plaatsvindt zonder rekening te houden met de aanleg van een aantrekkelijke groene omgeving, aldus de raad. Verder is geconstateerd dat groene organisaties nog nauwelijks bij de naschoolse opvang worden betrokken. Daarmee kun je scholen ontlasten, stelt de organisatie in het advies.

Beter eten
Uit een onderzoek van Young Works, in opdracht van de raad, blijkt verder dat kinderen voedsel vooral verbinden met de supermarkt en niet direct met de natuur. Bij kinderen die in schoolwerktuinen actief zijn, is dit beeld anders, stelt de RLG. Daarom pleit de raad voor een invoering van schooltuinen in het hele land. Kinderen maken zo actief kennis met voedselproductie en consumptie.
Om scholen niet extra te belasten zouden allianties aangegaan moeten worden met andere maatschappelijke organisaties, zoals bijvoorbeeld volkstuinders. Dat betekent wel dat gemeenten burgerinitiatieven serieus moet nemen en de benadering daarvan niet op moet pakken volgens een standaard procedure, zoals die ook bij klachten wordt gehanteerd.

Informatie: www.rlg.nl
Bron: Raad voor het Landelijk Gebied

Zie ook: rapport

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk