NATUURBRAND VEELBELOVENDE MAATREGEL
Vuur is een veelbelovende opkomende maatregel in het natuurbeheer. Branden van de natuur zou de soortenrijkdom moeten terugbrengen. De verwachtingen zijn hoog. En niet onterecht, volgens de wetenschap. De maatregel lijkt het ideale middel voor het verjongen van de natuur, en bovendien goedkoop, meldt Boomblad in een achtergrondartikel in het juninummer.
Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn dit jaar van start gegaan met het experimenteel branden van natuur, met als doel meer variatie te krijgen in de heidestructuur. Drie percelen heide op de Sallandse Heuvelrug zijn in januari gecontroleerd afgebrand. De oude heidestruiken branden af, waardoor jonge heide en andere plantensoorten weer de ruimte krijgen.
‘Je kunt ook een nieuwe heidevegetatie krijgen door te plaggen, maar de vegetatie die je dan krijgt vormt een dichte begroeiing met weinig soorten’, vertelt Jos Schouten van Natuurmonumenten. ‘Brand stimuleert een nieuwe heidevegetatie vanuit een heel ander beginstadium, omdat de rijke humuslaag blijft liggen. Nieuwe planten groeien op de rijke oude bodem.’
Volgens vuurecoloog Claudius van de Vijver van Wageningen Universiteit is branden een beloftevolle maatregel om de Nederlandse natuur te versterken. ‘Het is effectief en goedkoop, en vuur hoort bij de natuur. Branden houdt de vegetatie open.’ Dat effect is van steeds groter belang voor Nederland. ‘Veel van de landbouwgrond die is omgezet in natuur, en waar grazers zijn ingezet, kampt met verstruiking.’
Verjongen met vuur is overigens geen nieuwe ingeving, zegt Jap Smits van Staatsbosbeheer ‘Boeren brandden van oudsher de heide, om hun schapen van proteďnerijk voedsel te kunnen voorzien.’ En op de Strabrechtse heide, waar Smits beheerder is, wordt nog steeds gebrand. ‘Jaarlijkse branden we kleine plekjes her en der door het gebied. We creëren een steppeachtig landschap, waar typische heidesoorten van profiteren, zoals de veldleeuwerik en de tapuit. Die lopen het liefst op heel korte heide.’
Overigens laten de ervaringen op de Strabrechtse Heide zien dat er maar weinig dagen zijn dat vuur gebruikt kan worden, zonder ongewenste schade aan te richten. Smits: ‘De bodem moet bevroren zijn, zodat de warmte niet de bodem intrekt. Dieren die daar overwinteren, blijven zo gespaard. Ook blijven dan de slapende knoppen op de wortelhals van struikheide heel, zodat deze na de brand weer snel kan opkomen.’ Verder moeten de planten en de bodem droog zijn. In de praktijk betekent dit dat er gemiddeld op een paar dagen in de maand februari gebrand kan worden.
Bron: Boomblad 3, juni 2008