De bescherming van waardevolle cultuurlandschappen is een proces van de lange adem. Daarom is meer continuïteit in het rijksbeleid noodzakelijk om de Nationale Landschappen op lange termijn te kunnen behouden en ontwikkelen, bijvoorbeeld via wetgeving. Dat stelt het Ruimtelijk Planbureau in haar advies ‘Nationale Landschappen. Beleidsdilemma's in de praktijk'. Ook stelt het RPB dat er meer regie nodig is, en duidelijkheid over taken en verantwoordleijkheden.
Het Nationaal Landschap is één van de concrete beschermingsacties van de rijksoverheid uit de Nota Ruimte, om waardevol cultuurlandschappen te behouden. Maar uit vrees dat de huidige vorm een onvoldoende krachtig beleidsinstrument is, denkt het rijk na over mogelijke aanpassingen van het beleidsconcept. Het RPB voerde ter ondersteuning een studie uit naar praktijkervaringen in het buitenland en concludeert dat een langere beleidshorizon noodzakelijk is om succes te garanderen.
Dit kan door net als in Duitsland, Engeland en Frankrijk, de belangrijkste doelstelling voor beschermde landschappen vast te leggen in wetgeving, stelt het RPB.
Het RPB constateert verder dat in de praktijk de regierol ten aanzien van de Nationale Landschappen onvoldoende helder is uitgewerkt. Ook is niet duidelijk hoe taken en verantwoordelijkheden over rijk, provincie en gemeenten zijn verdeeld. Deze onduidelijkheden zijn voor een deel het resultaat van de gekozen beleidsstrategie: decentralisatie naar lagere overheden terwijl het rijk het bestuurlijk proces faciliteert.
Soms is een scheidsrechterrol echter noodzakelijk, zegt het RPB. Vooral in de Nationale Landschappen die onder hoge druk verkeren, zoals in de Randstad, zijn belangenconflicten onvermijdelijk. In dergelijke gevallen, zou het rijk als beslissende factor kunnen optreden. Wanneer in Frankrijk partijen in een Parc Naturel Régionaux door conflicten bijvoorbeeld niet kunnen voldoen aan de gestelde doelen, kan de overheid besluiten de parkstatus in te trekken. Van deze maatregel gaat bovendien een preventieve werking uit. Vooral wanneer het Nederlandse rijk minder centraal wenst te sturen, kan een dergelijke maatregel een goede optie zijn, stelt het RPB. Als bijvoorbeeld blijkt dat het belang van Nationale Landschappen vaker dan gewenst het onderspit delft, kan het rijk besluiten de status Nationaal Landschap in te trekken.
In het rapport staat verder de aanbeveling dat de overheid rekening moet houden met de geografische ligging en samenstelling van de landschappen in combinatie met drukfactoren vanuit andere ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de woningbouw en de economie. Een dergelijke differentiatie biedt namelijk mogelijkheden voor alternatieve sturingsopties, die meer specifiek gericht zijn op een afgewogen mix van behoud én ontwikkeling. Ideeën voor een selectief en strikt beschermingsbeleid zijn te vinden in Duitsland, waar de bescherming van specifieke landschappelijke elementen zoals houtwallen onafhankelijk is geregeld van gebiedsbestemmingen.
Informatie: www.rpb.nl/nl-nl/Bron: Ruimtelijk PlanbureauZie ook: rapport