homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

20 DECEMBER 2006

OVERHEID MOET NORMEN BODEMVERVUILING AANPASSEN

De normen voor bodemvervuiling met metalen moeten snel worden aangepast. Dat toont Marlies van der Welle aan met haar promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Want hoe giftig de metalen zijn, heeft niet simpelweg te maken met de concentratie waarin de metalen in de bodem aanwezig zijn. Ook de waterstand, de zuurgraad en het verzuringsrisico bij verdroging spelen een rol, en moeten in saneringsbeslissingen worden meegenomen.
In het natuurgebied Beeselsbroek in Limburg zit niet veel metaal in de grond. Maar net over de grens, bij het Belgische Kelmis, stikt het ervan. Op grond van de huidige normen geldt: fijn voor de Limburgers, pech voor de Belgen, want die moeten nodig saneren. Nee, zegt Van der Welle. Het is andersom. De bodem in Beeselsbroek kan makkelijk verzuren waardoor dat beetje metaal in de bodem vrij kan komen en giftig worden, terwijl in Kelmis, met een nauwelijks verzuurde bodem, de grote metaalvervuiling helemaal niet gevaarlijk is.
Metalen in de bodem zijn pas gevaarlijk als ze opgenomen kunnen worden door planten en bodemorganismen. Daarvoor moeten ze opgelost zijn. Het lijkt dan ook voor de hand te liggen dat de beschikbaarheid van metalen in droge bodems lager is dan in natte. Toch kun je dat niet zo grof stellen, zegt Marlies van der Welle. Want verdroging zorgt in sommige bodems voor sterke verzuring, doordat er zwavelzuur en ijzerhydroxide (roest) gevormd wordt .En hoe zuurder de bodem, hoe meer metalen in oplossing gaan. Voor beheerders is het de kunst om een optimum te vinden tussen droog en nat. Ook kan de beschikbaarheid van metalen in wetlands ingeschat worden door het verzuringsrisico te meten. Planten geven via hun wortels zuurstof af en zorgen zo voor een zeer lokale ‘verdroging’.
‘Waar we in elk geval van afmoeten is het nemen van kostbare saneringsbeslissingen op basis van totaalconcentraties metaal. In experimenten hebben we geprobeerd een bodemmonster uit de Ronde Venen bij Utrecht in het lab te vergiftigen met cadmium. 99 procent werd direct aan de bodem gebonden. Het is er wel, maar het is nauwelijks of niet beschikbaar.’
Van der Welle onderzocht ook naar de rol van ijzer in de bodem. IJzer in de bodem voorkomt dat fosfaat en sulfide mobiliseren. Er wordt geëxperimenteerd met het toedienen van extra ijzer, om fosfaat te binden, omdat door de verdroging op steeds minder plaatsen ijzerrijk kwelwater naar boven komt. IJzer toedienen werkt vaak goed, maar Van der Welle wijst in haar proefschrift ook op de risico’s. ‘IJzer blijkt in veel lagere concentraties giftig voor planten dan we altijd dachten. Er zijn ook grote verschillen tussen planten in de hoeveelheid ijzer die ze kunnen verdragen. Daardoor kunnen onder invloed van ijzertoediening de verhoudingen tussen planten veranderen. Sommige tolerante soorten kunnen andere gaan overwoekeren. De twee natuurlijke gifstoffen sulfide en ijzer blijken elkaar in het middengebied juist te ontgiften, doordat ze elkaar binden.’
Het beheersadvies is simpel “Als je ijzer wilt toevoegen, doe dat dan stapsgewijs. Er is een duidelijk optimum, waarbij er voldoende ijzer aanwezig is om het fosfaat en het giftige sulfide te binden en er voldoende ijzer over is voor de processen in de plant. Meer ijzer kan nadelig zijn.’

Informatie: www.ru.nl/wetenschapsagenda/editie_09_-_20_12_06/nieuws/vm/overheid_moet_regels/
Bron: Radboud Universiteit Nijmegen

lees meer
19 DECEMBER 2006

GANZENTREK ONLINE

Vogelliefhebbers kunnen meehelpen aan het onderzoek naar de ganzentrek, door sms'jes met informatie over halsbanden en pootringen van gespotte ganzen te sturen naar www.goosetrack.nl. In ruil krijgen ze van Goosetrack informatie over de ganzen teruggestuurd.
Vogelonderzoekers en beheerders van ganzengebieden hebben de site www.goosetrack.nl opgezet om natuurliefhebbers te informeren over de ganzen die Nederland aandoen op hun ganzentrek. De site bulkt dan ook van informatie, variërend van onderwerp van de meest voorkomende grauwe gans tot de uitheemse Canadese gans en de zeldzame sneeuwgans, het leven van de gans, het ganzenonderzoek en het ganzenbeleid.
Na het sturen van een sms’je krijgen de spotters informatie teruggestuurd over de gans, bijvoorbeeld of het een mannetje of vrouwtje is en waar en wanneer hij geringd is. Bovendien ontvangen ze een sms-code waarmee ze op de site vervolgens de hele trek van de door hen gespotte gans kunnen volgen.
De site is op 1 december in de lucht gegaan. Het initiatief van de provincie Friesland is uitgewerkt door SOVON Vogelonderzoek Nederland, de NHL Internet Academie, Vogelbescherming Nederland en Natuurschool.

Informatie: www.goosetrack.nl
Bron: Goosetrack

lees meer
15 DECEMBER 2006

LANDSCHAP APPELSCHA FAVORIET

Meer dan tienduizend mensen stemden in het eerste halfjaar van 2006 op hun favoriete landschap, op de website www.daarmoetikzijn.nl van onderzoeksinstituut Alterra. De omgeving van Appelscha blijkt het meest gewaardeerd. De wadden en Noordoost-Drenthe doen het verder goed, Amsterdam en het zuiden van het Groene Hart zijn niet geliefd.
De resultaten van de internetpeiling geven volgens het onderzoeksrapport een goed beeld van de wensen van Nederlanders ten aanzien van het landschap. Verrassend zijn die wensen niet. Nederlanders willen het liefst bossen, heidevelden en duinen en het water van rivieren, kanalen en plassen. Verder hebben ze een hekel aan horizonvervuiling en het geluid van auto's, treinen en vliegtuigen.
Het invullen van kaartjes op internet lijkt een mannending, want de gemiddelde bezoeker van de website was een man van 44 jaar. De voorkeuren van vrouwen wijken echter niet significant af.
De onderzoekers van Alterra gaan door met de website, en willen om de representativiteit van de bezoekers te verbeteren een groot publiek bereiken.

De top vijf van de meest en minst populaire landschappen:
Mooiste landschap
1. Rond Appelscha
2. Rond Dwingeloo
3. De Weerribben
4. Rond Harskamp
5. Terschelling

Lelijkste landschap
1. Rond Amsterdam
2. Zuidelijk deel van Groene Hart
3. Rond Leeuwarden
4. Rond Sittard-Geleen
5. Knooppunt Arnhem-Nijmegen

Zie ook: Resource Online
Bron: Resource 14 december

lees meer
14 DECEMBER 2006

STIKSTOF VERSNELT VRIJKOMEN KOOLSTOF UIT HOOGVEEN

Stikstofverbindingen, uitgestoten door het toenemende autoverkeer en de landbouw, versnellen de afbraak van hoogveen. Daardoor komen er grote hoeveelheden kooldioxide extra in de atmosfeer, die het broeikaseffect verder versterken. Een internationaal team van onderzoekers komt tot die slotsom in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Science (PNAS).
Wereldwijd bestaat twee tot drie procent van het landoppervlak uit veengronden. De veengronden vormen een depot van de koolstof die in de loop van duizenden jaren door planten is vastgelegd en die zo voor een reductie van het atmosferisch CO2-gehalte zorgden. De hoeveelheden koolstof in venen is ongeveer gelijk aan de hoeveelheid die zich in de atmosfeer bevindt. Stikstof is een meststof voor veenplanten, maar stimuleert ook de afbraak van veen. De onderzoeksresultaten laten zien dat onbedoelde stikstofbemesting van voedselarme ecosystemen dus niet noodzakelijkerwijs leidt tot een toename van koolstofopslag in de bodem, zoals vaak wordt aangenomen. Het lijkt immers voor de hand te liggen dat bemesting plantengroei stimuleert en daarmee koolstofvastlegging bevordert. Daarbij wordt echter vergeten dat vastlegging de resultante is van productie èn afbraak.
De afbraak van veen wordt veroorzaakt door micro-organismen. Die gedijen beter wanneer het aanbod aan stikstof in het plantenweefsel dat zij kunnen afbreken hoger is. Bovendien bevat stikstofrijk plantenmateriaal minder conserverende stoffen, zoals polyfenolen die de activiteit van de micro-organismen remmen. Het gevolg: meer afbraak en dus minder koolstofvastlegging.
Het onderzoeksteam onderzocht twaalf veengebieden in negen Europese landen, waaronder het Dwingelder Veld in Drenthe. Daar namen zij monsters van het veen, voornamelijk half vergaan veenmos, en voegden er in het laboratorium gelijke hoeveelheden veenafbrekende micro-organismen aan toe. De onderzoekers maten vervolgens de snelheid waarmee het veen werd afgebroken. Van de monsters was ook bekend hoeveel stikstofverbindingen (ammonium en nitraat) er via regen en sneeuw jaarlijks op neerslaan, in de onderzochte gebieden. De onderzoekers vonden dat naarmate er meer stikstof in de bemonsterde gebieden neerslaat, de biologische afbraak van het veen hoger is. De afbraak bleek het hoogst in Drenthe, waar de jaarlijkse stikstofdepositie twee gram stikstof per vierkante meter bedraagt - het hoogst van alle onderzochte gebieden.
Volgens een van de onderzoekers, Juul Limpens van Wageningen Universiteit, is het van het grootste belang om de opslag van atmosferisch koolstof in natuurlijke ecosystemen te waarborgen. Maatregelen om stikstofemissie en depositie terug te dringen zijn daarmee geen luxe maar noodzaak.

Informatie: www.wur.nl/NL/nieuwsagenda
Bron: Wageningen Universiteit

lees meer
13 DECEMBER 2006

ZES NIEUWE DUINSOORTEN DOOR TEMPERATUURSTIJGING

In de Nederlandse duinen zijn zes nieuwe soorten verschenen door de stijgende temperatuur. Dat blijkt uit onderzoek door de wetenschapswinkel van de Universiteit Utrecht, in opdracht van Stichting Duinbehoud.
Vijf planten en één libel blijken zich in het duingebeid te hebben gevestigd als gevolg van de stijgende temperatuur in de 20e eeuw. Het gaat om de libel de zuidelijke glazenmaker, en de planten dodemansvingers, grijze mosterd, rond kaasjeskruid, zeekool en zeelathyrus.
Door het opwarmende klimaat is ook één soort uit de duinen verdwenen, de libel noordse winterjuffer. Bij elf andere soorten werd een verandering van areaal vastgesteld, meestal in noordelijke richting, met als belangrijkste oorzaak de klimaatsverandering.
In de 20e eeuw is in Nederland de gemiddelde temperatuur gestegen met 1°C. Door de hogere temperaturen zullen veel soorten langzaam naar het noorden willen verhuizen. Het Nederlandse duingebied heeft, door de geografische ligging van zuid naar noord, een belangrijke ecologische corridorfunctie voor deze soorten.
Biologiestudente Nanda ' t Lam heeft onderzocht voor welke soorten de verschuiving in verspreiding waarschijnlijk komt door klimaatverandering en waar barrières kunnen liggen. Ze selecteerde ruim vijftig duinsoorten (hogere planten, dagvlinders en libellen) als potentiële milieu-indicator voor temperatuurveranderingen. Voor zeventien soorten kon zij een verandering in verspreiding in verband brengen met de stijgende temperatuur. Voor de overige soorten hebben waarschijnlijk ook andere factoren naast de temperatuurstijging een rol gespeeld bij veranderingen in de verspreiding.
Bouwkernen en wegen vormen een barrière voor trekkende soorten. Duinbehoud stelt samen met de gemeente Den Haag, Katwijk en Noordwijk een ‘ontsnipperingsplan' op om deze barrières weg te nemen. Aanleg en aangepast beheer van groene corridors en stapstenen moet het soorten mogelijk maken om met de klimaatgrenzen mee naar het noorden te trekken. Meer natuur in de stad, zodat planten en dieren erdoorheen van zuid naar noord kunnen trekken.

Informatie: www. bio.uu.nl/wetenschapswinkel
Bron: Stichting Duinbehoud / Rapport Klimaatverandering en biodiversiteitspatronen

Zie ook: rapport

lees meer
11 DECEMBER 2006

STADSE KOOLMEES ZINGT ANDERS

De stadse koolmees zingt korter, sneller en hoger dan de koolmezen in het bos. Dat doet hij waarschijnlijk om boven het omgevingsgeluid uit te komen. Dat blijkt uit een publicatie van Leidse onderzoekers in het wetenschappelijk online tijdschrift Current Biology van 4 december.
De onderzoekers Hans Slabbekoorn en Ardie den Boer-Visser onderzochten de overlevingsstrategieën van vogelsoorten in Noord-Europese steden. Ze toonden aan dat de vogelzang - die belangrijk is voor het aantrekken van mogelijke partners en voor het afbakenen van het territorium – grote verschillen vertoont bij de koolmees, een succesvolle stadvogel. Naast de lengte, de snelheid en de toonhoogte, is vaak ook de melodie afwijkend.
De verklaring voor dit fenomeen is nog niet opgehelderd. Volgens Slabbekoorn kan het zijn dat ze de liedjes leren die ze, in een lawaaiige omgeving, het best kunnen horen. Maar het kan ook de andere kant op werken. Een vogel heeft volgens de onderzoekers een repertoire van drie tot negen liedjes, met niet allemaal dezelfde frequentie. ‘Het is logisch dat de mezen de liedjes die nauwelijks respons opwekken bij hun buren, laten vallen en vervangen door liedjes met veel respons’, aldus Slabbekoorn.
De onderzoeksresultaten steunen de hypothese van gedragsaanpassing aan het stadsgeluid, die al in de jaren zeventig werd opgesteld. Ook illustreert het een groot aanpassingsvermogen van de koolmees, dat wel eens de sleutel zou kunnen zijn voor het succes van stadse soorten. Het ontbreken ervan kan het nadelige effect verklaren van verstelijking op vogelpopulaties in verstedelijkte gebieden of langs snelwegen.

Informatie: www.current-biology.com
Bron: Current Biology, Issue 23, 5 december / Universiteit Leiden

lees meer
7 DECEMBER 2006

ZUIDELIJKE KEIZERLIBEL VESTIGT ZICH IN NEDERLAND

Deze nazomer is voor het eerst vastgesteld dat de zuidelijke keizerlibel zich in Nederland heeft voortgeplant. De voortplanting van de zeldzame libelsoort werd ontdekt tijdens een natuurinventarisatie van ecologisch adviesbureau Drift in de Asseltse plassen bij Roermond.
‘De zuidelijke keizerlibel komt op steeds meer plaatsen in Nederland voor, maar dit is de eerste keer dat we voortplanting hebben waargenomen’, zegt Bart Peters van ecologisch adviesbureau Drift. ‘De libel was net uit het water geslopen. De vleugels waren nog niet ontvouwen en het lichaam was nog niet op kleur.’
Peters verwacht dat de zuidelijke keizerlibel in Nederland zal blijven, want zowel het klimaat als de leefgebieden worden steeds geschikter. ‘Voor een libel is vooral waterkwaliteit heel belangrijk. Daarin loopt de Maas nog wel achter op de Rijn, maar zeker in de grindplassen die gevoed worden door het kwelwater gaat het goed.’
De Asseltse plassen zijn een natuurontwikkelingsgebied van Staatsbosbeheer en tevens een van de twintig natuurgebieden langs de Maas die in het kader van het project ‘Maas in Beeld’ geïnventariseerd worden om inzicht te krijgen in de natuurontwikkeling van de afgelopen vijftien jaar.
Veel soorten vlinders, sprinkhanen en libellen vinden vanuit het zuiden een plek langs de Maas. ‘Door rivierverruiming ontstaan kunstmatig dynamische situaties die lijken op de situaties langs natuurlijke rivieren. Hier kunnen nieuwe soorten steeds vaker een geschikte habitat vinden’, zegt Peters.
En niet alleen nieuwkomers voelen zich er thuis. ‘Door de afgravingen is ook veel oorspronkelijke rivierflora en fauna teruggekomen’, zegt Peters. ‘Zo was bruin cypergras praktisch verdwenen langs de Maas. Door het afgraven van zand en grind is er nieuw geschikt milieu ontstaan. We hebben de soort nu op bijna tien plekken weer gevonden.’

Informatie: www.vlinderstichting.nl
Bron: Boomblad 6, december 2006

lees meer
6 DECEMBER 2006

GROEN MAAKT ZIEKENHUIZEN HEILZAAM

Geef patiënten uitzicht op groen, maak parken en plantsoenen bereikbaar, richt onbegaanbare daken in als kijkdak, of gebruik als alternatief plastic planten en bloemen. Het zijn slechts enkele adviezen die Alterra-onderzoekers geven voor een heilzame omgeving in ziekenhuizen. Experimenteel onderzoek heeft in het verleden al aangetoond dat patiënten daar baat bij hebben. Zo bleken patiënten die uitkijken op groen sneller te herstellen dan patiënten die uitkijken op witte muren.
Steeds meer Nederlandse ziekenhuizen investeren in een groene omgeving bij de inrichting van hun gebouw, in de verwachting dat patiënten daar niet alleen prettiger vertoeven maar ook sneller herstellen. Omgevingspsychologe dr. Agnes van den Berg van Alterra adviseerde in de afgelopen jaren onder meer het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en het Universitair Medisch Centrum Groningen over hoe je met groen een gezondere omgeving kunt maken. Deze initiatieven sluiten volgens Van den Berg aan bij de vanuit Amerika overgewaaide trend om ziekenhuizen om te bouwen tot een healing environment.
De adviezen, die Van den Berg onlangs besloot te verzamelen, zijn allemaal gestoeld op experimentele onderzoeken naar de effecten van groen op gezondheid. Volgens Van den Berg is de bundel adviezen die er nu ligt, de eerste die een totaalbeeld geeft van hoe zorginstellingen een heilzame omgeving voor hun patiënten kunnen creëren, en die bovendien wetenschappelijk onderbouwd is.

Informatie: www.resource-online.nl
Bron: Resource 13, 30 november 2006

lees meer
5 DECEMBER 2006

GEEN DRIJFJACHT OP ZWIJNEN

Minister Veerman van LNV is niet van plan drijfjacht op wilde zwijnen toe te staan. Voor populatiebeheer en schadebeperking blijft slechts de één-op-één methode toegestaan, waarbij één persoon de zwijnen binnen het schootsveld van één geweerdrager drijft, en de dieren met één schot gedood worden. Dit schrijft hij op 4 december aan de Tweede Kamer als antwoord op Kamervragen over het populatiebeheer bij zwijnen.
Deze zogenoemde één-op-één methode kwam ook aan de orde tijdens een symposium over wilde zwijnen op 17 november 2006, georganiseerd door het Faunafonds en Wageningen UR. Uit de onderzoeksresultaten van het Institute for Wildlife Research te Bonn blijkt dat deze methode het natuurlijk gedrag van de dieren het minst verstoort. Bij een zorgvuldige uitvoering zijn de schoten bovendien dodelijk, waardoor het dier niet zal lijden.
Zwijnen rukken tegenwoordig zodanig op dat ze zich steeds vaker buiten de omheiningen begeven. Daar hanteert de overheid het nulstandbeleid, en mogen jagers de zwijnen schieten. Maar het lukt hen niet de populatie op peil te houden, zelfs niet binnen de hekken. Daarom werd op het symposium geopperd efficiëntere jachtmethoden zoals de drijfjacht toe te staan.
LNV ziet niet graag dat zwijnen ook buiten de omheiningen leven, omdat ze ziektes kunnen verspreiden onder varkens. Volgens wetenschappers is de kans daarop echter erg klein, omdat dat alleen kan via zwijnenresten in veevoer of door direct contact tussen de dieren. Dat eerste mag niet, en varkens staan in Nederland nauwelijks meer buiten.

Informatie:www.resource-online.nl

Informatie: www.minlnv.nl
Bron: Ministerie van LNV / Resource 12, 23 november 2006

lees meer
4 DECEMBER 2006

ZES MILJOEN NODIG VOOR WEIDEVOGELBEHEER

Weidevogelbeheer heeft dringend zes miljoen euro nodig om de dalende weidevogelstand een halt toe te roepen. Dit schrijven Natuurmonumenten Natuurlijk Platteland Nederland, LTO Noord, Landschapsbeheer Nederland, Vogelbescherming Nederland, Staatsbosbeheer en De Landschappen in een brief aan de tweede kamer.
Met de brief willen de organisaties opnieuw het belang van weidevogelbeheer onderstrepen. Eerder dit jaar had minister Veerman toegezegd geld te reserveren voor weidevogelbeheer, maar tot op heden is elke concrete toezegging van financiering uitgebleven.
De beloofde financiering zou plaatsvinden in het kader van het op 15 juni 2006 ondertekende Weidevogelverbond. Agrarische natuurbeheerders, terreinbeherende organisaties, landbouworganisaties, vrijwilligersorganisaties en overheden ondertekenden toen een actieprogramma om de achteruitgang van de weidevogelstand een halt toe te roepen en uiteindelijk te verbeteren.
Het geld is nodig om de kwaliteit van de weidevogelgebieden te waarborgen. Volgens de briefsamenstellers verrommelen de landschappen waar weidevogels van afhankelijk zijn in een hoog tempo en ontstaan er daardoor onomkeerbare situaties. Bovendien heeft Nederland een internationale verantwoordelijkheid voor het behoud van deze soorten.

Informatie: www.natuurmonumenten.nl
Bron: Natuurmonumenten

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk