homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

31 OKTOBER 2006

HOOGSTAMBOOMGAARD AANTREKKELIJK VOOR PLANTEN EN DIEREN

Nederlandse hoogstamboomgaarden kunnen een aantrekkelijke leefomgeving vormen voor planten- en diersoorten. Dit blijkt uit onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen UR in opdracht van de Stichting IJsselboomgaarden. Eenvoudige maatregelen kunnen de natuurwaarde nog verhogen.
In het onderzoek van de Weten-schapswinkel zijn zoogdieren, vogels, dagvlinders en planten in hoogstamboomgaarden geïn-ventariseerd, evenals de moge-lijkheden voor een meer ecolo-gische inrichting en beheer ervan. Het aantal voorkomende soorten blijkt groot, maar hangt af van het beheer, de inrichting, de afstand tot andere boomgaarden en van het omringende landschap, bijvoor-beeld de aan- of afwezigheid van houtwallen. De uitkomsten zijn voor de onderzochte soortgroepen zo interessant, stelt de Wetenschapswinkel, dat vervolgonderzoek naar andere soortgroepen (ongewervelden, schimmels, mossen, korstmossen) wordt aanbevolen.
De resultaten van het onderzoek laten ook zien dat eigenaren graag bereid zijn in hun boomgaard ruimte te bieden aan planten en dieren. Het onderzoeksrapport 'De hoogstamboomgaard natuurlijk' geeft daarvoor handreikingen. De eigenaar van een hoogstamboomgaard kan het voorkomen van planten en dieren bevorderen en heeft daarbij de keuze uit een groot aantal maatregelen, zoals het aanhouden van verschillende soorten en rassen fruitbomen, het gebruik van (snoei)hout in takhopen of takkenrillen, het laten staan van dode bomen, een maaibeheer gericht op verschraling, een extensieve beweiding, een gefaseerde onderhoudssnoei van de bomen, de aanplant van een houtsingel of heg, het ophangen van verschillende typen nestkasten of het aanleggen van een poel.
Aanleiding voor het onderzoek was de veronderstelling van de Stichting IJsselboomgaarden dat Nederlandse boomgaarden belangrijke natuurwaarden herbergen, iets wat in het buitenland wel is onderzocht. Die veronderstelling blijkt nu ook voor Nederland te kloppen, concludeert Wageningen UR.
Jessie Baeten, studente aan de Saxion Hogeschool in Deventer heeft voor de Wetenschapswinkel de informatie voor het onderzoek bijeengebracht via interviews met boomgaardei-genaren, tijdens veldbezoeken en uit de literatuur. Henk van Blitterswijk, onderzoeker bij onderzoeksinstituut Alterra van Wageningen UR, heeft haar begeleid.

Informatie: www.wewi.wur.nl
Bron: Wageningen UR

Zie ook: rapport

lees meer
30 OKTOBER 2006

NATUUR- EN MILIEUEDUCATIE LEIDT TOT WAARDERING VOOR NATUUR

Mensen die op de basisschool natuur- en milieuonderwijs hebben gekregen, waarderen de natuur meer en zijn vaker bereid zich in te spannen voor het milieu dan mensen die geen natuurlessen hebben gehad. Dat zegt hoogleraar natuur- en milieueducatie Kris van Koppen in Resource, het weekblad van Wageningen UR, op basis van nieuw onderzoek.
Er waren al veel aanwijzingen voor dat onderwijs over natuur en milieu aan schoolkinderen effect heeft. Kwantitatief aangetoond was het echter nog niet, vertelt Van Koppen, verbonden aan de Universiteit Utrecht en Wageningen Universiteit. Dat kwam doordat het statistisch verband aanvankelijk lastig hard te maken was, omdat er ook veel andere factoren van invloed zijn, zoals ouders, of verschil in onderwijs. In een nieuw onderzoek is het verband wel aangetoond. Tot vijftien jaar na het onderwijs hebben mensen een positievere houding tegenover de groene omgeving, zo blijkt.
Ruim zevenhonderd mensen die één, zeven of vijftien jaar geleden de basisschool verlieten, beantwoordden in het onderzoek een reeks vragen over natuur en milieu. Er bleek een significant en sterk positief verband te bestaan tussen natuur- en milieueducatie en houding en gedrag ten aanzien van natuur en milieu.
De houding en het gedrag werden gemeten door te vragen naar de bereidwilligheid van mensen om iets voor het milieu te doen, zoals afval scheiden, zelf een tas meenemen naar de winkel en meedoen aan acties van Greenpeace.
Ook bleken mensen die vroeger natuur- en milieules hebben gehad meer kennis van natuur en milieu te hebben, maar dat verband was minder sterk. Opmerkelijk is dat mensen die op het platteland op school zaten, minder weten over natuur en milieu en een minder positieve houding hebben dan oud-leerlingen van stadsscholen.
Van Koppen ziet de resultaten als steun in de rug voor de centra voor natuur- en milieueducatie in Nederland. ‘Ministeries zijn de laatste jaren steeds positiever over natuur- en milieueducatie. Maar veel centra hebben te lijden onder gemeentelijke bezuinigingen.’

Informatie: www.waarde.nl/Topervaringen.pdf
Bron: Resource 8, 19 oktober 2006

lees meer
27 OKTOBER 2006

NAALDHOUT GOED VOOR MOS

Rienk-Jan Bijlsma van Alterra en André ten Hoedt van Natuurmonumenten noemen het 'spectaculaire bryologische ontwikkelingen', in het wetenschappelijk tijdschrift De Levende Natuur. Mossen blijken te profiteren van de toenemende hoeveelheid dood naaldhout in de bossen van Zuidoost-Veluwe.
In 2001 vond mossenspecialist Klaas van Dort het breed moerasvorkje. In 2003 volgde de vondst van het bergbuidelmos door bosecoloog Rienk-Jan Bijlsma. Beide soorten waren uitgestorven, maar verspreiden zich nu goed.
Volgens de onderzoekers is het dode naaldhout ook van belang voor soorten die eerder worden geassocieerd met boswallen en andere schaduw- en humusrijke steilkanten. Het weghalen van dood naaldhout is volgens de onderzoekers dan ook niet aan te bevelen als het gaat om de biodiversiteit.

Informatie: www.delevendenatuur.nl
Bron: Boomblad 5, november 2006

lees meer
26 OKTOBER 2006

SOFTWARE VOOR VELDWERK

Arcadis heeft software ontwikkeld voor het vastleggen van waarnemingen van planten en dieren. Onderzoekers kunnen hiermee in het veld gegevens invoeren en die koppelen aan positiebepaling via GPS.
Jos Pilon van Arcadis ontwikkelde het programma. Bij de planten- en diersoorten zijn aanvullende gegevens in te voeren, zoals aantal, geslacht en mate van voorkomen.
Het programma werkt met 'picklists', waardoor gebruikers snel de soort uit een lijst kunnen kiezen. De software werkt zowel op de kleine PDA's met Windows Pocket PC, als op de grotere tablet pc's en laptops met Windows XP.
De gegevens kunnen vervolgens worden gebruikt op de desktop-pc. Er zijn koppelingen met GIS-programma's als ArcMap en geodatabases. Koppelingen met databases als FLOR en TURBOVEG zijn in de maak.

Informatie:
Bron: Boomblad 5, november 2006

lees meer
25 OKTOBER 2006

EIND BLAUWALGENPROBLEEM VOLKERAK-ZOOMMEER IN ZICHT

De hardnekkige bluawalgenplaag in het Volkerak-Zoommeer kan onderdrukt worden door het meer met zoetwater uit het Hollandsch Diep door te spoelen, of door zout water uit de Oosterschelde in te laten. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Jolanda Verspagen van de Universiteit van Amsterdam.
Sinds 1994 wordt het Volkerak-Zoommeer iedere zomer geplaagd door giftige blauwalgen (Microcystis). De algen vormen een groot probleem. Zo stierven er in 2002 veel watervogels, zeer waarschijnlijk door blauwalgvergifitiging. Gangbare beheersmaatregelen zijn door de grootte van het meer te duur of moeilijk toepasbaar. Verspagen onderzocht twee maatregelen.In beide gevallen komen de algen in contact met zout water, waar ze slecht tegen kunnen. De inlaat van zout water zorgt ervoor dat de algen direct afsterven. Bij doorspoelen komen de blauwalgen terecht in het brakke water in de Westerschelde, waar ze afsterven door de zoutschok.
Verspagen licht toe dat beide methodes uit ecologisch oogpunt z’n voors en tegens hebben: ‘Bij doorspoelen heb je erg veel water nodig en kunnen er algen achterblijven. Bovendien is er in de zomer, als de algen gaan bloeien, juist minder water beschikbaar’. Het openzetten van de Oosterschelde verandert het ecosysteem, en brengt het risico van mariene plagen met zich mee. ‘Oorspronkelijk was het hier wel getijdengebied, maar sinds de Deltawerken is het zo veranderd dat je die oude situatie niet kunt herstellen’.
Welke optie het uiteindelijk wordt, hangt af van de MER-rapportage waar dit proefschrift deel van uitmaakt. ‘Dat kan nog wel een jaar of vijf duren’, aldus Verspagen.

Informatie: www.igitur.uu.nl
Bron: Boomblad 5, november 2006

Zie ook: rapport

lees meer
24 OKTOBER 2006

GANS ADRI IS OP DE TERUGWEG

In februari kregen vijf kolganzen zenders opgebonden, zodat ze via de satelliet te volgen waren. Nu al blijkt dit interessante gegevens op te leveren. Komende winter zal een dubbel zo groot aantal kolganzen zenders krijgen.
Gerard Müskens van Alterra, die in februari de zenders aanbracht, spreekt van 'indrukwekkende' resultaten. Vooral gans Adri levert veel gegevens. Hij broedde in Taimyr, in het uiterste noorden van Rusland - volgens Müskens overigens waarschijnlijk onsuccesvol, heeft geruid, en is nu op de terugweg. Hoeveel kilometer Adri heeft afgelegd, wordt in de winter duidelijk, als de onderzoekers de gegevens hebben doorgerekend en bekendmaken. Hemelsbreed is de afstand Nederland-Taimyr al zo'n vijfduizend kilometer. ‘In werkelijkheid kan de afstand die met de zender is afgelegd wel anderhalf maal en misschien wel tweemaal zo groot zijn. Uit de som van de afstand tussen alle geregistreerde peilpunten is een behoorlijk nauwkeurige schatting te maken.'
De andere vier kolganzen hadden minder geluk. Volgens Müskens zijn er een paar afgeschoten en zijn enkele gepakt door roofdieren, al blijft dat laatste onduidelijk. Gans Bouke werd bij Archangelsk door een jager uit de lucht geschoten. Gans Alco verdween dit voorjaar plotseling in de buurt van het Lauwersmeer. 'Omdat deze kolgans ook een halsband draagt, kan het zijn dat hij komend seizoen weer wordt gespot. Dan is het waarschijnlijk zenderuitval geweest. We zijn echter bang dat ook hij in het voorjaar geschoten is. Navraag bij lokale jagers heeft echter niets opgeleverd.'
De trekkende kolganzen zijn te volgen via www.blessgans.de.

Informatie: www.blessgans.de
Bron: Boomblad 5, november 2006

lees meer
24 OKTOBER 2006

LNV PUBLICEERT OPENGESTELDE LANDGOEDEREN

Het ministerie van LNV zal per 1 januari 2007 een lijst publiceren van landgoederen die onder de Natuurschoonwet vallen, om de herkenbaarheid daarvan te vergroten. Dat schrijft minister Veerman van LNV in een brief aan de Tweede Kamer.
De lijst omvat de voor het publiek opengestelde landgoederen, en zal gepubliceerd worden op de website www.hetlnvloket.nl, de site met informatie over de uitvoering van wet- en regelgeving van het ministerie van LNV.
De lijst zal de naam van het landgoed vermelden, de provincie en de plaats waarin het landgoed gelegen is, en zal tweemaal per jaar worden geactualiseerd.
In een Algemeen Overleg over het wandelbeleid in oktober 2005 had Veerman de Tweede Kamer toegezegd te zullen onderzoeken of het mogelijk is een openbaar register met landgoederen op te zetten, zodat duidelijk is welke landgoederen onder de Natuurschoonwet vallen. Deze wet beoogt onder andere de instandhouding van landgoederen in Nederland, waarvoor landgoedeigenaren gebruikmaken van fiscale faciliteiten.

Informatie: www.lnv.nl
Bron: LNV

lees meer
23 OKTOBER 2006

BOMENSTICHTING BEANTWOORDT VRAGEN OP INTERNET

De Bomenstichting heeft een internetforum opgezet waarop iedereen met vragen over bomen terecht kan. Boomdeskundigen zorgen ervoor dat de vragen en opmerkingen tijdig worden beantwoord, aldus de stichting.
Opheldering over een bijzondere soort, een waargenomen ziekte, een ervaring met boomverzorging, ideeën over een boombehoudactie: op het forum kan het allemaal uitgewisseld worden. De Bomenstichting zegt het initiatief te hebben genomen omdat zij jaarlijks vele honderden vragen beantwoordt en het jammer vindt dat die antwoorden meestal alleen door de vraagstellers zelf worden gebruikt. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft de ontwikkeling van het Bomenforum mogelijk gemaakt.
Het Bomenforum is te bereiken via het onderdeel ‘Boominfo’ op de website van de Bomenstichting.

Informatie: www.bomenstichting.nl
Bron: Bomenstichting

lees meer
19 OKTOBER 2006

ZEER ZELDZAME WATERMIJT GEVONDEN

Onderzoekers van Alterra hebben in een veenplas in natuurgebied De Wieden vijf exemplaren van de uiterst zeldzame mijt Arrenurus berolinensis gevonden. Van de soort waren wereldwijd nog maar twee exemplaren aangetroffen, ongeveer een eeuw geleden in Berlijn en in de Russische enclave Kaliningrad.
Karin Didderen, zoetwaterecoloog bij Alterra, noemt de vondst een verrassing. ‘Er wordt in Nederland vrij veel gemonsterd, dus je verwacht niet dat er zoiets leuks bij zit. We waren ook niet op zoek naar iets zeldzaams, hoewel het petgat wel vrij diep en afgelegen in het gebied ligt. Als je vijf exemplaren in één monster aantreft betekent dat waarschijnlijk dat er nog een complete populatie leeft’, aldus Didderen.
De vondst werd gedaan bij onderzoek naar herstel van kwetsbare soorten, waarvoor het waterleven in nieuw gegraven veenplassen vergeleken werd met dat in bestaande poelen. De mijten bevonden zich in een zestig jaar oude plas die bedekt was met krabbescheer en drijftillen. Het water was er van bijzonder goede kwaliteit, met een neutrale zuurgraad en opmerkelijk arm aan voedingsstoffen en mineralen. Dit verklaart volgens Didderen mogelijk de aanwezigheid van deze zeldzame soort.
Extra bijzonder is dat een van de vijf exemplaren tot het vrouwelijke geslacht behoort: wereldwijd het eerst gerapporteerde vrouwelijke exemplaar van deze mijtensoort.

Informatie:
Bron: Resource 8, 19 oktober 2006

lees meer
17 OKTOBER 2006

SATELLIET MAAKT BLAUWALG ZICHTBAAR

De verspreiding van blauwalgen blijkt goed te volgen via satellietbeelden, meldt het Nederlandse Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) op basis van het promotieonderzoek aan de VU van Stefan Simis. Simis pleit ervoor de beelden te gebruiken om bij het weerbericht ook te waarschuwen voor uitbraken van blauwalgen.
Als gevolg van de toegenomen belasting van het milieu met voedingsstoffen leveren blauwalgen over de hele wereld hardnekkige problemen op. De overheid moet de concentraties ervan dan ook blijven meten. Met de methode van Simis is nu de blauwalgontwikkeling ook goed vanuit de lucht te volgen. Simis voegt toe: ‘Een blauwalgalarm op basis van satellietgegevens dat aangeeft waar het veilig is om te zwemmen, is een zinvolle aanvulling op het weerbericht.’
De methode van Simis is erop gebaseerd dat de waterkleur in de gaten te houden is via de beelden van een sensor op de Envisat-satelliet van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De sensor neemt licht van verschillende kleuren waar, zo ook het voor blauwalgen kenmerkende pigment fycocyanine. Door in de satellietbeelden de verhouding van het blauwe fycocyanine en het groene chlorofyl te meten, kunnen onderzoekers de ontwikkeling van blauwalgen volgen.
Volgens Simis is het daarmee technisch mogelijk om bij grote meren, van een paar vierkante kilometer, via de satelliet te volgen hoe de blauwalgen zich ontwikkelen. Met een nieuwe generatie satellieten is het waarschijnlijk ook mogelijk voor kleinere plassen.
De gegevens van de satellietbeelden kunnen ook helderheid verschaffen over ecologische vragen, bijvoorbeeld hoe het komt dat de blauwalgen plotseling verdwijnen, en of dat invloed heeft op de waterplanten.
Het project is gefinancierd door het NWO-SRON Programmabureau Ruimteonderzoek, het onderzoek werd deels uitgevoerd bij het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit (VU).

Informatie: www.nioo.knaw.nl
Bron: NIOO-KNAW

lees meer
12 OKTOBER 2006

INFILTRATIE VERNAT BRABANTSE WAL

Om het vennengebied tussen Bergen op Zoom en de Belgische grens te vernatten is het beter eerst de ecologische situatie op orde te stellen en daarna te infiltreren, blijkt uit onderzoek van de provincie Noord-Brabant en waterbedrijf Evides.
Grondwateronttrekkingen van waterbedrijf Evides zorgen voor verdroging in het Natura 2000-gebied de Groote Meer. Om die tegen te gaan, werken de provincie en Evides aan duurzaam waterbeheer. Daartoe zijn in 2005 proeven gedaan met ondiepe en diepe infiltratie, en werd een ecologisch onderzoek uitgevoerd.
Berekeningen naar aanleiding van de infiltratieproeven laten zien dat ondiepe infiltratie via een tijdelijke plas met drinkwater zeer effectief is en weinig infrastructuur vergt. De beschikbaarheid van geschikt water is echter een probleem. Diepe infiltratie is eveneens effectief, maar het infiltratierendement is beperkt en de kosten bedragen miljoenen euro’s. Bovendien kan het aanbrengen van een leidingennet in het natuurgebied voor problemen zorgen.
Uit het ecologisch onderzoek blijkt verder dat het water dat het Groote Meer instroomt niet voldoet aan de eisen die de vegetatie stelt. Naburige landbouwbedrijven veroorzaken eutrofiëring en houden bovendien de grondwaterstand laag.
Om de situatie te verbeteren, moet de eutrofiëring vanuit de landbouw teruggebracht worden. Ook kunnen oude waterlopen hersteld worden en zou het water van enkele andere stroompjes naar de Brabantse Wal geleid kunnen worden.
Om de habitatdoelstellingen voor dit gebied te behalen kan ook nog een bosplantage omgevormd worden naar heide, omdat via de bomen veel water verdampt. Pas na deze aanpassingen kan infiltratie effectief toegepast worden.
In 2007 komt het waterschap Brabantse Delta met een integrale visie en herstelvoorstellen.

Informatie: www.brabantsedelta.eu/FolderBrabantsewal.pdf
Bron: De Water

lees meer
9 OKTOBER 2006

PLANTEN VANGEN GAT IN OZONLAAG OP

Planten passen zich aan om schade door het gat in de ozonlaag op te vangen. Dat blijkt uit onderzoek van Barbara Meijkamp aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Het gat in de ozonlaag leidt tot hogere UV-B-stralingsdoses op aarde. Een compactere bouw, kleiner en dikker blad en een beschermende laag rond de bladgroenkorrels verminderen de schade van UV-B-stralen.
UV-B-straling is in potentie schadelijk voor levende organismen omdat het hoge energieniveau van deze straling biomoleculen kapot kan maken. Bij planten kan dit tot geremde groei en schade aan de bladeren leiden. Meijkamp heeft nu echter in haar promotie-onderzoek laten zien dat planten een aantal trucs hebben om zich tegen UV-B straling te beschermen.
Meijkamp onderzocht de effecten van en adaptatiemechanismen tegen verhoogde UV-B straling op plant- en bladweefselniveau. Voor haar experimenten in een kas gebruikte ze verschillende cultivars van de tuinboon.
Uit de experimenten blijkt dat UV-B-straling op plant-, weefsel- en celniveau weggefilterd wordt. Allereerst zorgt de plant er met een dichter gewas voor dat de UV-B straling de plant moeilijker kan bereiken. De plant wordt minder hoog dan normaal en heeft meer vertakkingen. Daarnaast verminderen dikkere en kleinere bladeren de last van UV-B straling. Bovendien worden er in de bovenlaag van het blad extra pigmenten aangemaakt die de UV-B-straling absorberen. Op celniveau ten slotte worden zogenoemde microschermen rond de kern en bladgroenkorrels gevormd die ook bestaan uit UV-B-absorberende pigmenten. Op deze manier worden de celonderdelen die extra gevoelig zijn voor UV-B-straling nog beter beschermd.
De keerzijde van deze aanpassingsmechanismen is dat bij het groeien van het gat in de ozonlaag de bouw en de chemie van de plant verandert, wat vergaande gevolgen kan hebben voor ecosystemen. Die kunnen ernstig uit balans raken. De landbouw kan te maken krijgen met bijvoorbeeld een veranderende gevoeligheid van planten voor ziekten.

Informatie: www.vu.nl
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Zie ook: rapport

lees meer
5 OKTOBER 2006

GROOT HERSTEL KOKKELS WADDENZEE

Het gaat goed met de kokkels in de Waddenzee en de Oosterschelde. Volgens berekeningen van Wageningen IMARES is er in september 2006 in de Nederlandse kustwateren ruim 80 miljoen kilo kokkelvlees aanwezig. In september 2005 was dat nog 46 miljoen kilo.
De toename is te danken aan de grote aanwas van jonge schelp-dieren in de zomer van 2005. De groei in de Oosterschelde is dit jaar 47 procent, tegen slechts 18 procent in 2005. In de Waddenzee is de aanwas dit jaar 32 procent, tegen 13 procent in 2005. Een kanttekening is volgens het onderzoeksrapport wel dat de éénjarige kokkels in de Waddenzee met een gemiddeld gewicht van 0.63 gram erg klein zijn.
Of kokkel-etende vogels zoals de scholekster zullen profiteren van het herstel van het voedselaanbod, zal over enkele jaren blijken. Deskundigen verwachten dat na de sterke achteruitgang van de afgelopen jaren hun aantallen in de Waddenzee weer langzaam zullen toenemen.
Opmerkelijk is dat een dergelijke groei het kokkelbestand zich niet voordoet in de Westerschelde, waar het mechanisch vissen op kokkels nog is toegestaan. In het najaar van 2005 bedroeg de hoeveelheid kokkelvlees in de Westerschelde nog ruim 3 miljoen kilo, dit najaar zal dat gereduceerd zijn tot 0.6 miljoen kilo. Dit betekent dat er in de zomer van 2005 nauwelijks kokkels bijgekomen zijn, en dat de voorraad meerjarige kokkels na de winter grotendeels verdwenen is.
Sinds 1990 worden de Nederlandse kokkelbestanden in de Oosterschelde, de Westerschelde, de Waddenzee en de Voordelta elk voorjaar geïnventariseerd. Op basis van deze gegevens kan dan een schatting gegeven worden van de kokkelbestanden in september.

Informatie: www.waddenvereniging.nl
Bron: Waddenvereniging/Wageningen IMARES

Zie ook: rapport

lees meer
3 OKTOBER 2006

GROTERE OOGST PARTICULIERE BOSBOUW

De geldopbrengst uit houtverkoop door de Nederlandse particuliere bosbouw steeg in 2005 sterk. Een grotere houtoogst hoeft niet ten koste te gaan van duurzaam bosbeheer. Dit blijkt uit de voorlopige bedrijfsuitkomsten van particuliere bosbouw die zijn samengesteld door het LEI.
De houtoogst van particuliere bosbedrijven met meer dan 5 hectare bos lag in 2005 flink hoger dan het gemiddelde van 2,7 kubieke meter in de afgelopen tien jaar; in 2005 lag de oogst op 4 kubieke meter per hectare.
Volgens bosbouwdeskundigen is een grote houtoogst goed mogelijk bij duurzaam bosbeheer, omdat de jaarlijkse bijgroei aanzienlijk groter is dan de oogst.
Het LEI heeft berekend dat door de verhoging van de oogst de geldopbrengst uit houtverkoop in 2005 met 16 euro per hectare gestegen is. De totale opbrengsten lagen echter niet hoger dan in het voorgaande jaar omdat de inkomsten uit subsidies, recreatie en de verkoop van kerstgroen terugliepen. Door te besparen op beheer, leiding en toezicht slaagden de particuliere boseigenaren er overigens wel in om het verlies uit 2004 bijna te halveren, tot 34 euro per hectare.
De bedrijven met meer dan 50 hectare bos wisten in 2005 voor het eerst sinds jaren de exploitatie van het bos kostendekkend af te sluiten. Zij oogsten over het algemeen meer hout en maken relatief minder kosten dan de kleinere bedrijven. Tussen 2000 en 2004 leden de eigenaren van deze bedrijven gemiddeld nog een licht verlies.

Ga naar nieuwsbericht LEI

Informatie: www.lei.wur.nl
Bron: LEI

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk