Nederlandse hoogstamboomgaarden kunnen een aantrekkelijke leefomgeving vormen voor planten- en diersoorten. Dit blijkt uit onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen UR in opdracht van de Stichting IJsselboomgaarden. Eenvoudige maatregelen kunnen de natuurwaarde nog verhogen.
In het onderzoek van de Weten-schapswinkel zijn zoogdieren, vogels, dagvlinders en planten in hoogstamboomgaarden geïn-ventariseerd, evenals de moge-lijkheden voor een meer ecolo-gische inrichting en beheer ervan. Het aantal voorkomende soorten blijkt groot, maar hangt af van het beheer, de inrichting, de afstand tot andere boomgaarden en van het omringende landschap, bijvoor-beeld de aan- of afwezigheid van houtwallen. De uitkomsten zijn voor de onderzochte soortgroepen zo interessant, stelt de Wetenschapswinkel, dat vervolgonderzoek naar andere soortgroepen (ongewervelden, schimmels, mossen, korstmossen) wordt aanbevolen.
De resultaten van het onderzoek laten ook zien dat eigenaren graag bereid zijn in hun boomgaard ruimte te bieden aan planten en dieren. Het onderzoeksrapport 'De hoogstamboomgaard natuurlijk' geeft daarvoor handreikingen. De eigenaar van een hoogstamboomgaard kan het voorkomen van planten en dieren bevorderen en heeft daarbij de keuze uit een groot aantal maatregelen, zoals het aanhouden van verschillende soorten en rassen fruitbomen, het gebruik van (snoei)hout in takhopen of takkenrillen, het laten staan van dode bomen, een maaibeheer gericht op verschraling, een extensieve beweiding, een gefaseerde onderhoudssnoei van de bomen, de aanplant van een houtsingel of heg, het ophangen van verschillende typen nestkasten of het aanleggen van een poel.
Aanleiding voor het onderzoek was de veronderstelling van de Stichting IJsselboomgaarden dat Nederlandse boomgaarden belangrijke natuurwaarden herbergen, iets wat in het buitenland wel is onderzocht. Die veronderstelling blijkt nu ook voor Nederland te kloppen, concludeert Wageningen UR.
Jessie Baeten, studente aan de Saxion Hogeschool in Deventer heeft voor de Wetenschapswinkel de informatie voor het onderzoek bijeengebracht via interviews met boomgaardei-genaren, tijdens veldbezoeken en uit de literatuur. Henk van Blitterswijk, onderzoeker bij onderzoeksinstituut Alterra van Wageningen UR, heeft haar begeleid.
Informatie: www.wewi.wur.nlBron: Wageningen URZie ook: rapport