nieuws
29 SEPTEMBER 2006
SLOOTKANTBEHEER WERKT WéL
Slootkantbeheer door boeren, aangesloten bij agrarische natuurverenigingen, levert meer plantensoorten op aan de slootkant. Dit stelt het Centrum Landbouw en Milieu (CLM) na onderzoek bij natuurverenigingen in het veenweidegebied in West-Nederland, dat is begeleid door CLM, Wageningen Universiteit en de Vrije Universiteit Amsterdam. In eerder onderzoek naar slootkantbeheer werd geconcludeerd dat het niet effectief is.
In deze trendanalyse zijn door een masterstudent Ecologie van de VU van acht agrarische natuurverenigingen de resultaten van slootkantbeheer van de afgelopen jaren geanalyseerd; een hoeveelheid waarnemingen die nog niet eerder is onderzocht.
De boeren was gevraagd slootbeheer in twee sloten toe te passen en ter vergelijking hun huidige beheer te handhaven in twee andere sloten. Bij de sloten onder beheer mag geen mest en slootbagger in de slootkant terechtkomen, en wordt de slootkant meestal later gemaaid.
Uit de analyses blijkt dat bij vijf van de acht natuurverenigingen het slootkantbeheer een positief effect had; er werden ongeveer twintig procent meer indicatorsoorten gevonden. Onder deze soorten waren vergeet-mij-nietjes, echte koekoeksbloem en dotters. Bij de overige drie verenigingen bleef het aantal soorten onveranderd.
Informatie: www.clm.nlBron: CLM
27 SEPTEMBER 2006
RIJN WEER NIET SCHONER
Voor het tweede achtereenvolgende jaar is de Rijn niet schoner geworden. Dit meldt RIWA-Rijn, de vereniging van Rijnbedrijven in haar jaarrapport over 2005. Sinds halverwege de jaren tachtig werd ieder jaar het water schoner nadat overal in het stroomgebied zuiveringsinstallaties waren geplaatst.
In 2004 merkte het RIWA voor het eerst dat er stagnatie kwam in de daling van het de hoeveelheid zware metalen in het Rijnwater. Vorig jaar viel zelfs een lichte stijging waar te nemen van met name diglyme en triglyme. Hoewel het RIWA nog een slag om de arm houdt bij gebrek aan statistisch materiaal, denkt de vereniging dat de stijging samenhangt met de mindere hoeveelheid water die de Rijn in de afgelopen jaren heeft afgevoerd.
Het meest verontrustend vindt het RIWA de toename van diglyme. Deze stof wordt onder meer gebruikt als reinigings- en oplosmiddel bij de productie van cosmetica en komt veel voor in de verfindustrie. De stof is niet bijzonder gevaarlijk, maar blijkt moeilijk afbreekbaar en vormt daarom een probleem voor de drinkwaterbereiding. De hoeveelheid diglyme overschrijdt sinds 2005 nagenoeg permanent de maximale waarde die IAWR, de koepelorganisatie van alle drinkwaterbedrijven langs de Rijn, heeft gesteld.
De overschrijding komt vooral door lozingen in Wiesbaden en Leverkusen. De zaak is aangekaart bij de Internationale Commissie tot Bescherming van de Rijn, maar vooralsnog lijken de lozingen moeilijk te verminderen.
Informatie: www.riwa.orgBron: RIWA

26 SEPTEMBER 2006
NIEUW: KADASTER VOOR INFORMATIE OVER BESCHERMDE FLORA EN FAUNA
Minister Veerman van LNV werk aan de oprichting van een databank met gegevens over de verspreiding van beschermde soorten in Nederland. Met deze Gegevensautoriteit Natuur wil Veerman duidelijkheid scheppen over in welke gebieden partijen rekening moeten houden met beschermde soorten, en op welke plekken ruimte is om te bouwen en te ontwikkelen.
De investering bedraagt 20 miljoen euro in de eerste vier jaar. Naast het verzamelen van gegevens gaat de gegevensautoriteit informatie geven over locaties waar herstel van bedreigde populaties wordt nagestreefd volgens de leefgebiedenbenadering.
Het is de bedoeling dat de gegevensautoriteit tegen lage kosten betrouwbare en nauwkeurige data gaat leveren aan bedrijven, gemeenten en andere partijen over de af- en aanwezigheid van beschermde flora en fauna. De kosten kunnen laag blijven omdat de gegevens voor verschillende toepassingen bruikbaar zijn. De gegevens moeten onder meer de basis gaan vormen van leefgebiedplannen, beheer- en ontwikkelingsplannen, aanvragen van ontheffingen en vergunningen, streek- en bestemmingsplannen en beleidseffectrapportages.
De Gegevensautoriteit Natuur gaat voor de ontwikkeling en het up-to-date houden van de database samenwerken met vrijwilligersorganisaties, terreinbeherende organisaties, Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten, provincies en onderzoekinstellingen. Het systeem moet uiteindelijk kostendekkend gaan draaien en bijgehouden worden op basis van de tarieven die in rekening worden gebracht aan bedrijven en overheden die de gegevens gebruiken.
Informatie: www9.minlnv.nl/servlet/page?_pageid=104&_dad=portal30&_schema=PORTAL30&p_item_id=131266Bron: LNV
21 SEPTEMBER 2006
ELKE TOENAME AMMONIAKUITSTOOT ONVERANTWOORD VOOR NATUUR
De ammoniakdeken boven de natuurgebieden in Nederland is zo dik dat geen enkele extra toename van ammoniakuitstoot te verantwoorden is. Dat blijkt uit een conceptrapport van Alterra. Voor minister Veerman van landbouw is die conclusie echter onwerkbaar. Het zou betekenen dat elke vergunningaanvraag waarbij de ammoniakemissie toeneemt, moet worden geweigerd. ‘Dit leidt tot een volgens alle partijen onwerkbare situatie’, stelt Veerman.
In een brief aan de Tweede Kamer zegt Veerman: ‘De conclusie in het conceptrapport van Alterra is tweeledig. Aan de ene kant is de extra depositie van ammoniak op een nabijgelegen Natura 2000-gebied bij uitbreiding van een individueel bedrijf vaak niet meetbaar. De ammoniakdeken boven deze natuurgebieden is op veel plaatsen in Nederland zo dik dat een relatief kleine toename 'niet meer opvalt'. Alterra concludeert echter eveneens dat, gezien deze dikke deken, elke extra toename ons verder brengt van het doel (depositie onder de kritische depositiewaarde, om aan de Natura 2000-instandhoudingsdoelen te kunnen voldoen). Zo bezien stelt Alterra dat in feite elke toename van ammoniak, hoe klein ook, en op welke plek ook, gezien kan worden als een significant effect.’
Omdat deze conclusie voor het ministerie niet werkbaar is, is de aanvullende onderzoeksvraag gesteld of er een onderbouwing te vinden is voor een drempelwaarde van ammoniakuitstoot. In een reactie in Resource, het weekblad van Wageningen UR, waar Alterra onder valt, laat onderzoeker Edo Gies weten geen wetenschappelijke onderbouwing te kunnen geven voor een drempelwaarde. Wel zullen de onderzoekers op verzoek van LNV enkele varianten doorrekenen. ‘Een commissie en uiteindelijk de rechter, moeten dan maar uitmaken wat ze wel en niet acceptabel vinden’, aldus Gies in Resource.
Informatie: www9.minlnv.nl/mlv_item_kamer_page?p_item_id=131049Bron: LNV/ Resource
18 SEPTEMBER 2006
foto: ARK, Twan Teunissen
RISICO VAN GROTE GRAZERS MOET DUIDELIJKER VERMELD
Natuurorganisaties zouden duidelijker moeten communiceren over de risico’s van het betreden van natuurgebieden waarin grote grazers vrij leven. Dat stelt stichting Ark in een rapport over het minimaliseren van risico’s voor het publiek in gebieden met grote grazers. Er bestaat de angst dat die communicatie het imago van natuurontwikkeling zal schaden, maar die is ongegrond, stelt het rapport.
‘Wanneer duidelijk gemaakt kan worden dat de zorg voor veiligheid van bezoekers een belangrijk onderdeel uitmaakt van het werk en dat er uitgebreid aandacht is voor verbetering en preventie, is het beter om hierover helder te communiceren’, aldus het rapport. ‘Dat dit geen imagoschade oplevert, blijkt uit eveneens zeer veilig opererende sectoren zoals de voedselindustrie of de luchtvaart, die openlijk over veiligheid en risico’s communiceren.’
Wel zouden natuurorganisaties er goed aan doen een ongevallenregistratie bij te houden, zodat beter geleerd kan worden van ongevallen die zich voordoen. Ook zouden de organisaties gezamenlijk het veiligheidsbeleid in begraasde natuurgebieden vorm moeten geven, want standaard procedures zijn er niet, en er is nog nauwelijks jurisprudentie over aansprakelijkheid en schuld bij ongevallen waarbij grote grazers betrokken zijn.
Het zijn enkele aanbevelingen naar aanleiding van het onderzoek, waarin ook is onderzocht hoeveel ongevallen er zich eigenlijk op dit gebied voordoen in Nederland.
In de periode 2000 – 2005 zijn 5 ongevallen met (ernstig) lichamelijk letsel geregistreerd. In de 25 jaar tussen 1980 en 2005 werden enkele tientallen incidenten geregistreerd. In die periode bezochten naar schatting 40 miljoen recreanten de gebieden met vrij levende grote grazers, meldt Ark, die zich sterk maakt voor openstelling van terreinen waar grote grazers verblijven.
Om de risico’s van openstelling te kunnen beoordelen maakt Ark in het rapport onder meer een vergelijking met de paardensport, die in de periode 1999-2003 voor bijna 10 duizend opnames bij de EHBO zorgde. Ook verschijnen jaarlijks ruim 8000 mensen bij de EHBO vanwege een hondenbeet. Of de risico’s aanvaardbaar zijn is echter een vraag die de kudde-eigenaar zelf moet maken, stelt Ark. Wel beschrijft het rapport een aantal evidente risicofactoren – ondermeer het voeren van de dieren, loslopende honden of gewenning van de bezoekers - en geeft het een aantal preventierichtlijnen. Meest belangrijk is daarbij het goed communiceren met de bezoekers over de risico’s.
Informatie: www.ark.euBron: Stichting ArkZie ook: rapport

14 SEPTEMBER 2006
VERGOEDING WANDELPAD OVER BOERENLAND OMHOOG
De vergoeding die boeren ontvangen voor het aanleggen en beheren van wandelpaden over hun land gaat omhoog naar 45 cent per meter. Dat heeft minister Veerman van LNV toegezegd. De provincies betalen hier de helft aan mee. De vergoeding ligt nu nog op 10 cent per meter.
GroenLinks stelde eind juli Kamervragen aan minister Veerman over de vergoeding voor de boeren. Het idee was ontstaan dat provincies de vergoeding ook nog eens zouden verdubbelen. Dat is niet het geval, meldt de minister. Wel betalen de provincies de helft mee aan de vastgestelde 45 eurocent per meter.
In het Tweede Meerjarenprogramma Vitaal Platteland 2007-2013 staat dat het Rijk het initiatief neemt om invulling te geven aan het verwezenlijken van 1000 km extra wandelpad over boerenland. De onderhandelingen met de provincies, in het kader van de uitvoeringscontracten 2007-2013, vinden momenteel plaats.
Informatie: www9.minlnv.nl/servlet/page?_pageid=106&_dad=portal30&_schema=PORTAL30&p_item_id=130309Bron: Ministerie van LNV
12 SEPTEMBER 2006
TWEE NIEUWE VEENPLANTEN IN NEDERLAND GEVONDEN
Nederland is twee bijzondere planten rijker. Het gaat om veenzegge (Carex davalliana) en wormmos(Pseudicalliergon trifarium), twee hoogst kwetsbare veenplanten, die onderzoekers van Alterra voor de zomer bij veldonderzoek ontdekten.
Het zijn twee opmerkelijke vondsten, volgens Alterra. Veenzegge is juist in Noord-Duitsland, België en Engeland uitgestorven, en het wormmos is kenmerkend voor basenrijke venen in het hoge noorden en hoge gebergten. De vondst is daarom tegen de trend in dat juist soorten uit het zuiden zich in Nederland vestigen.
Veenzegge, een soort van de Midden-Europese kalkmoerassen, werd gevonden in de Zuid-Limburgse Kathagerbeemden, een kalkrijk brongebied, beheerd door Natuurmonumenten. De dichtstbijzijnde vindplaats is zeventig kilometer zuidelijker, in de Eifel, meldt Alterra in een persbericht.
Het wormmos werd gevonden in het laagveengebied De Wieden in Noordwest-Overijssel. Zijn ontdekking kwam als een volslagen verrassing, meldt Alterra.
De vondsten tonen aan dat het maaibeheer van Natuurmonumenten zijn vruchten afwerpt, stelt Alterra. Ook nodigen ze uit tot discussie over het doelsoortenbeleid; natuurgebieden zouden volgens het onderzoeksinstituut meer flexibel kunnen inspelen op verrassingen.
Informatie: www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Bron: Alterra
7 SEPTEMBER 2006
BOOMGROEIMETERS IN BOSSEN
In alle zestig bosreservaten in Nederland zullen bomen worden uitgerust met boomgroeimeters. Alterra gaat daarmee de groei van bomen constant volgen.
Door de data naast gegevens over bijvoorbeeld het weer te leggen, kunnen de onderzoekers iets zeggen over onder andere de start van de groei in het voorjaar, droogtestress of, op de lange termijn, de gevolgen van klimaatverandering.
De boomgroeimeter is een apparaatje dat met een aluminium band rond de boomstam zit. 'Er zit een veer in met een beetje spanning', vertelt Gert-Jan Nabuurs van Alterra. 'Door de groei van de boom trekt de band iets aan, tienden van millimeters, wat wordt geregistreerd.'
Het apparaatje hangt al aan enkele bomen op de Galgenberg bij Tubbergen.
Informatie: www.alterra.wur.nlBron: Boomblad 4, september 2006
7 SEPTEMBER 2006
BIOGAS UIT WATERPLANTEN
Waterplanten die als restproduct bij natuuronderhoud vrijkomen, kunnen gebruikt worden voor de productie van biogas. Dit blijkt een studie onder leiding van Ingenieursbureau Tauw.
Als het aan het ministerie van Economische Zaken ligt, komt in 2020 tien procent van alle energie uit duurzame bronnen zoals biomassa. Een van de nieuwste ideeën is om biomassa te winnen uit waterplanten als waterpest, kroos en riet. Een mengsel van dergelijke planten komt op grote schaal vrij bij het onderhoud van watergangen en natuurgebieden.
Tauw onderzocht met het centrum voor energieonderzoek ECN, stichting Lettinga Associates Foundation, ingenieursbureau Royal Haskoning en Waterschap Aa en Maas of biomassa uit waterplanten bruikbaar is voor energieopwekking. Hun conclusie luidt dat biogaswinning uit waterplanten technisch en economisch haalbaar is als de planten in bestaande biogassystemen verwerkt worden en als de huidige subsidies voor de opwekking van duurzame energie (MEP) blijven bestaan.
Over de praktijk van de opwekking zegt Jaap Steketee, adviseur bij Tauw: ‘Het vergisten gebeurt meestal in een zogenoemde slurry reactor, een luchtdicht afgesloten bak gevuld met waterplanten, bacteriën en water. Het gas dat de bacteriën produceren, stijgt op en wordt boven in de reactor opgevangen.’ Dit gas lijkt op aardgas, alleen de calorische waarde en het methaangehalte zijn lager.
Eind september start een praktijkstudie waarbij verschillende hoeveelheden en soorten waterplanten en riet in vergistingsinstallaties worden verwerkt. ‘We kijken dan welke praktische problemen we tegenkomen en wat het oplevert aan gas’, aldus Steketee.
Informatie: www.tauw.nlBron: Boomblad 4, september 2006
7 SEPTEMBER 2006
NATURA KOST MILJOENEN
Het beheer van de 162 Natura 2000-gebieden van Nederland kost jaarlijks tussen de 25 en 48 miljoen euro, plus een investering van tussen de 52 en 203 miljoen. Dat berekenden onderzoekers van het LEI.
Nederland heeft zich in Europees verband via de regeling Natura 2000 verplicht om planten- en diersoorten in natuurgebieden te beschermen via het opzetten van een soort Europese EHS.
Het LEI maakt onderscheid tussen jaarlijkse kosten, zoals de 24 miljoen euro die het boeren jaarlijks kost aan mestmaatregelen en investeringen. Het grootste deel van de jaarlijkse kosten komt voor rekening van de sector landbouw, terwijl Rijkswaterstaat veel moet investeren om de natte natuur van Nederland op peil te brengen.
Informatie: www.lei.nlBron: Boomblad 4, september 2006Zie ook: rapport
7 SEPTEMBER 2006
BENEDENSTROOMS WATER BEïNVLOEDT BOER
De landbouw zal in de toekomst rekening moeten houden met natuur die benedenstrooms ligt. De Kaderrichtlijn Water bepaalt namelijk dat gebieden met een hogere milieudoelstelling benedenstrooms, de eisen aan het oppervlaktewater bovenstrooms bepalen.
Alterra onderzocht deze ruimtelijke werking van de richtlijn voor de Gelderse Vallei, de Drentsche Aa en de Dinkel. Als natuurgebieden via de kaderrichtlijn opgenomen worden als beschermde gebieden, dan moet de waterkwaliteit in vijftien jaar verbeterd zijn. Volgens de onderzoekers is het nuttig om te kijken wat de gevolgen hiervan zijn voor de bovenstrooms gelegen landbouwgebieden. Ook zal er internationale samenwerking moeten worden gezocht. Bij de Dinkel bijvoorbeeld bleek dat er vanuit Duitsland veel nutriënten in het Nederlandse watersysteem komen.
Informatie: www.alterra.wur.nlBron: Boomblad 4, september 2006
7 SEPTEMBER 2006
BLOEMRIJKE AKKERRANDEN HELPEN
Bloemrijke akkerranden helpen bij het beheersen van plagen in aardappelen en graan. Dat blijkt uit experimenten van vijf boeren in de Hoeksche Waard.
De ondernemers doen mee aan het project Functionele Agrobiodiversiteit, dat in opdracht van landbouworganisatie LTO wordt uitgevoerd door Wageningen UR en ecologie-instituut NIOO. Ze testen de natuurlijke plaagbestrijding met akkerranden die begroeid zijn met grassen, kruiden en eenjarige bloemen. Die dienen als voedselbron en schuilplaats voor natuurlijke vijanden van plaagdieren als luizen en koolmotje.
‘We hebben wel gemerkt dat boeren in het eerste jaar net zoveel aandacht aan akkerranden moeten besteden als aan hun gewas’, zegt projectleider Henny van Gurp.
Informatie: www.lto.nl/fabBron: Boomblad 4, september 2006Zie ook: rapport
7 SEPTEMBER 2006
WAT KOST HEIDEBEHEER?
Vooraf de portemonnee bewaken. Dat is het doel van het computerprogramma dat het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) heeft ontwikkeld, dat vooraf de kosten van natuurbeheer doorrekent. Uit de eerste rekenexercities voor natte heide blijkt dat Drenthe daarvoor de meest kosteneffectieve plek is.
In het programma kan per 25 bij 25 meter worden gerekend aan ruimtelijke en milieucondities, doelsoorten en natuurdoelen. Er blijken grote verschillen in kosten. Zo kan met twintig procent van het voor natte heide beschikbare budget tachtig procent van het areaal gerealiseerd worden, terwijl de laatste twintig procent areaal driekwart van het budget opsoupeert. Hoe groter een natuurgebied, des te goedkoper het is om de natuurdoelen te behalen.
Informatie: www.mnp.nlBron: Boomblad 4, september 2006Zie ook: rapport
6 SEPTEMBER 2006
KLIMAATBOSJES ALS COMPENSATIE VOOR OPWARMING AARDE
De stichtingen Instandhouding Kleine Landschappen (IKL) en Limburgs Landschap willen met zogenoemde ‘klimaatbosjes’ een bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem. Zo’n klimaatbosje bestaat uit drie tot negen walnootbomen die in een driehoeksverband geplant worden.
De bosjes nemen kooldioxide op en kunnen zo de opwarming van de aarde compenseren, meent IKL. Tevens verbeteren de bosjes het woon-en werkklimaat. Middels de landelijke campagne ‘HIER’ van Landschapsbeheer Nederland en de Landschappen hoopt het IKL dat er de komende jaren 600 bosjes worden aangelegd.
Om het goede voorbeeld te geven leggen het Limburgs Landschap en IKL vijftig bosjes aan, maar het is de bedoeling dat boeren, particulieren, bedrijven en gemeenten ook klimaatbosjes gaan aanleggen.
De bosjes bestaan uit walnoten, een soort die volgens het IKL ‘al minstens 2000 jaar als karakteristieke huisgenoot fungeert bij boerderijen en gebouwen’. Bijkomend voordeel is dat er onder walnoten weinig insecten voorkomen.
IKL ziet graag dat de bosjes in driehoeksverband geplant worden. De driehoek staat symbool voor duurzaam gebruik. Het basismodel bestaat uit drie walnoten waarvoor de optimale afmetingen van 16 bij 16 meter aangehouden worden. Maar dit kan ook worden opgeschaald tot een parkmodel, met zes bomen, of een bosmodel met negen bomen.
Informatie: www.ikl-limburg.nlBron: Stichting Instandhouding Kleine Landschappen Limburg
5 SEPTEMBER 2006
NAARDERMEERTUNNEL NIET NODIG
De Naardermeertunnel is niet nodig. Die conclusie is te trekken uit een studie van het Centraal Plan Bureau (CPB) naar de verschillende alternatieven die de fileproblemen aan de zuidkant van Amsterdam zouden moeten aanpakken, die eind augustus werd gepubliceerd.
De studie van het CPB is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat als second opnion op de Planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere van Rijkswaterstaat.
Uit die studie blijkt dat de grootste knelpunten in de verkeersdoorstroming in het gebied worden gevormd door de A10-Oost, de A1 en de A6. Het meeste effect op die files heeft verbreding van de A1 en enkele andere wegen. Uitbreiding van de wegcapaciteit blijkt juist op deze trajecten het goedkoopst te zijn: 1 tot 1,5 miljard euro. De bouwtijd kan beperkt blijven tot maximaal vier jaar.
In de second opinion plaatst het CPB overigens enkele kritische kanttekeningen bij de aanpak van het onderzoek. Zo zijn de berekeningen alleen uitgevoerd voor een scenario met een relatief hoge groei van de toekomstige mobiliteit. Een analyse met meerdere scenario's was op zijn plaats geweest, stelt het CPB.
Om ook de files aan te pakken op de ring ten zuiden van Amsterdam, de A9 van Diemen tot Schiphol, is minder eenvoudig. Verschillende oplossingen, waaronder een nieuw stuk weg met een tunnel langs het Naardermeer, die in het afgelopen jaar de revue zijn gepasseerd, helpen weinig om de reistijden op de zuidelijke ring te bekorten. Bovendien zijn die oplossingen nogal duur, ze kosten nog eens 1,5 tot 2,5 miljard euro extra.
Informatie: www.cpb.nl/nl/pub/cpbreeksen/notitie/21aug2006/Bron: CPB
1 SEPTEMBER 2006
INTERNETTOEPASSING VOOR MOZAïEKBEHEER
Alterra heeft een model voor het plannen en evalueren van mozaïekbeheer voor weidevogels geschikt gemaakt voor gebruik via internet.
Mozaïekbeheer draait om een juiste ruimtelijke schakering van diverse vormen van weidebeheer, gedurende het hele broedseizoen van weidevogels. De principes van mozaïekbeheer zijn eenvoudig, maar de planning voor een heel gebied gedurende alle fases van het seizoen is complex.
In een eerdere studie was al een model ontwikkeld voor het plannen en evalueren van de effectiviteit van mozaïekbeheer in Midden-Delfland. Dit model is nu verfijnd door de recente praktijkervaringen met mozaïekbeheer van Nederland Gruttoland toe te voegen. Daarnaast is het model operationeel gemaakt voor toepassing via internet. In het systeem zijn diverse voorzieningen aangebracht die het mogelijk maken privacygevoelige informatie voor derden af te schermen en per gebied eigen databases op te bouwen.
De toepassing is voorgelegd aan enkele leden van Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, de mogelijke toekomstige gebruiker. De vereniging ziet goede mogelijkheden voor verdere ontwikkeling en toepassing in het algemeen, maar gaf ook aan dat de angst bestaat dat het systeem als topdown controle-instrument ingezet wordt. Bovendien kan volgens de groep de praktische bruikbaarheid nog beter, door bij de beoordeling van het beheer uit te gaan van de plekken waar nesten of territoria zijn vastgesteld, in plaats van in een ambitie van paren per honderd hectare.
Eerder verschenen rapport: 'Broedsucces van grutto's bij agrarisch mozaïekbeheer in 'Nederland Gruttoland'Informatie: www.alterra.wur.nlBron: AlterraZie ook: rapport
