homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

24 JULI 2006

GOLFBAAN OP BOERENLAND

Golfbanen zijn vaak niet in harmonie met het omringende landschap. Het concept ‘singelgolf’ van het InnovatieNetwerk probeert daar wat aan te doen. Bovendien helpt het concept boeren aan een aantrekkelijke nevenfunctie van hun bedrijf. Een ontwerpteam onder leiding van H+N+S-landschapsarchitecten legt de laatste hand aan de eerste ontwerpen.
Singelgolf staat voor een golfbaan die als een lint door het landschap loopt, over de grond van meerdere agrariërs. Het InnovatieNetwerk hoopt zo de toegankelijkheid en belevingswaarde van het platteland te verhogen. Een belangrijk aspect van singelgolf is het doorbreken van het isolement van golf, door een combinatie met andere functies. ‘Denk aan een fiets-, wandel- of ruiterpad’, vertelt Ger Vos van het InnovatieNetwerk. ‘Een beetje golfbaan is namelijk zo’n zeven kilometer lang. Da’s een mooie afstand voor een wandeling’. Uit onderzoeken blijkt ook steeds dat mensen het platteland wel mooi vinden, maar het jammer vinden dat ze er niet in kunnen. ‘Overal zit prikkeldraad omheen’, aldus Vos. ‘Het project heeft dus ook alles te maken met het openbreken van het platteland.’
Het InnovatieNetwerk is in oktober 2005 het project Singelgolf gestart om het boerenbedrijf te koppelen aan de kapitaalkrachtige functie van golf. Hier komt wel het een en ander bij kijken, zoals nieuwe organisatie- en financieringsmodellen. ‘Je kunt denken aan een economische spin off van het boerenbedrijf, een maatschap of coöperatie’, filosofeert. ‘Het gaat erom dat het aantrekkelijk is voor boeren. Word ik rijker of armer van, vraagt zo’n boer zich af.’
Ook hebben de initiatiefnemers bij de realisatie met groepsprocessen te maken. ‘Een singelgolfbaan kun je alleen realiseren als alle boeren die eraan grenzen ook willen meedoen. Hoe pak je dat het beste aan? Om de kans van slagen groter te maken richten we ons op al bestaande samenwerkingsverbanden zoals natuur- en milieucoöperaties.’

Het rapport met de projectevaluatie wordt op 28 september gepresenteerd tijdens een conferentie van vier provinciale Natuur en Milieufederaties, Alterra en het Nationaal Groenfonds, over de mogelijkheden van meervoudig gebruik van golfbanen.

Informatie: www.agro.nl/innovatienetwerk/tdl/projecten/singelgolf.html
Bron: InnovatieNetwerk

lees meer
17 JULI 2006

SCHIMMEL BEPERKT SCHADE ZURE REGEN

De schimmel Ectomycorrhiza kan bossen beschermen tegen de effecten van zure regen. Dr. Laura van Schöll van Wageningen Universiteit vond hiervoor aanwijzingen bij naaldbomen.
Met regen komen nog altijd veel verzurende stoffen naar beneden, die bossen kunnen aantasten. ‘Verzuring van de bodem veroorzaakt onder andere een verhoging van de concentraties opgelost aluminium in de bodem. Symptomen van aluminiumtoxiciteit zijn geremde wortelgroei en een tekort aan voedingsstoffen zoals fosfor, kalium, calcium en magnesium’, zegt Van Schöll.
Ectomycorrhizaschimmels vormen een wijd vertakt netwerk rond en op boomwortels.
In 1997 vonden onderzoekers al microscopisch kleine tunnels in bodemmineralen, die werden toegeschreven aan deze schimmel.
Van Schöll voerde proeven uit met de ectomycorrhizaschimmel Paxillus involutus, in symbiose met zaailingen van grove den. De proeven tonen aan dat de wortelschimmels de verwering van mineralen kunnen versnellen. Vooral het mineraal muscoviet verweerde sneller, wat extra kalium oplevert voor zaailingen. Van Schöll: ‘Door een verhoogde toelevering van voedingsstoffen vanuit de schimmeldraden kan het negatieve effect van aluminiumtoxiciteit op wortelgroei worden gecompenseerd.’
De onderzoekster ontdekte verder dat de schimmels zuren kunnen uitscheiden die een gunstig effect hebben op de bodem, zoals oxalaatzuur. ‘Deze organische zuren binden sterk aan aluminium, dat in gebonden vorm niet meer giftig is voor de plant en ook niet wordt opgenomen.’

Informatie: http://www.library.wur.nl/wda/dissertations/dis3987.pdf
Bron: Wb 22, 6 juli 2006

Zie ook: rapport

lees meer
10 JULI 2006

KANSEN VOOR NEDERLANDSE KORHOEN

Er is toekomst voor de enige Nederlandse populatie korhoenders op de Sallandse Heuvelrug. Maar daar is wel een duur en tijdrovend reddingsprogramma voor nodig. Dat concluderen nationale en internationale deskundigen na overleg.
Volgens de experts is het leefgebied van het korhoen in het noordelijk deel van de Sallandse Heuvelrug nu net groot genoeg voor de huidige populatie vogels, vertelt Hugh Jansman van Alterra, een van de deelnemers aan het overleg. 'Het gebied zit aan zijn maximum qua draagkracht. Daarom moet je nieuwe heidegebieden aanleggen door boskap, en verbindingen leggen met andere heidegebieden.'
In die nieuwe gebieden, bijvoorbeeld op de Holterberg, kunnen zich dan ‘meta-populaties’ vestigen: nieuwe groepjes korhoenders buiten het bestaande leefgebied. Bovendien kunnen de gebieden ook andere hoendersoorten aantrekken, zoals patrijzen. Dit alles vereist echter wel diverse maatregelen, vooral omdat het heidegebied in het zuidelijk deel van het nationaal park niet groot genoeg is. Ook moet worden onderzocht hoe het zit met roofdieren in het gebied.
'Ik ben niet superoptimistisch', stelt Jansman. 'Het is een project dat vergelijkbaar is met dat van de hamster in Limburg, waarbij dure landbouwgrond ontgonnen moet worden. Dat is erg kostbaar en het duurt minstens tien tot twintig jaar. Ik hoop dat het ministerie van LNV en het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug het willen oppakken.'

Informatie: www.sallandseheuvelrug.nl/detail_press.phtml?&act_id=14900
Bron: Wb 22, 6 juli 2006

lees meer
5 JULI 2006

SNELLE PITSTOP ZWANEN DANKZIJ RUIMTELIJK INZICHT

Zwanen gebruiken tijdens hun trektocht hun inzicht in ruimtelijke patronen om snel voedsel te vinden. Daardoor kunnen ze weer vlot doorvliegen, om op tijd hun broedplaats te bereiken.
Kleine zwanen hebben een strakke planning. Ze vliegen elk voorjaar 3500 kilometer van Nederland naar Noord-Rusland. Daar hebben ze in de periode van 120 ijsvrije dagen 110 dagen om succesvol te broeden. Bij de herfsttrek richting Nederland moeten ze weer oppassen dat ze niet ingehaald worden door de winter.
Toch moeten kleine zwanen af en toe bijtanken. Dat doen ze met de energierijke knolletjes van schedefonteinkruid, die in de bodem van ondiepe meren groeien. Maar lang niet elk meer bevat veel knolletjes, en ook de mate van klontering van de knolletjes verschilt. Kleine zwanen blijken heel strategisch te kunnen zoeken naar de geklonterde 'wateraardappels', op basis van hun ervaringen tijdens het zoeken.
Uit aanvullend onderzoek bij eenden bleek dat watervogels een leervermogen hebben als het gaat om hun ervaringen met ruimtelijke patronen, wat extra voordeel oplevert bij ervaren watervogels. Volgens Klaassen kunnen zwanen dankzij dit ruimtelijk inzicht en leervermogen sneller trekken. Als kleine zwanen 50 procent sneller kunnen eten, kunnen ze 38 procent sneller trekken. Het inzicht en leervermogen van de kleine zwanen resulteert in een eetsnelheid die zo'n 40 procent hoger ligt. Klaassen promoveert op 7 juli bij de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek.

Informatie: www.nioo.knaw.nl/news/
Bron: NIOO-KNAW

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk