homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

30 MEI 2006

ANGSTKRETEN VERJAGEN VOGELS

Vogels zijn goed uit boomgaarden te weren met luidsprekers die angstkreten van vogels nabootsen, blijkt uit onderzoek in opdracht van het Faunafonds. Het systeem is ook te gebruiken voor het bestrijden van vogeloverlast in de stad, of het weren van vogels bij luchthavens.
Fruittelers ondervinden ieder jaar weer schade van vogels die zich tegoed doen aan rijpend fruit. Het Faunafonds heeft laten onderzoeken of een akoestisch afweersysteem (Alcetsound) met angstgeluiden van vogels, de schade aan boomgaarden kan verminderen. Een student van Helicon Opleidingen in Geldermalsen voerde het onderzoek uit.
Alcetsound komt uit Spanje en is daar al jaren in gebruik. Ook op schiphol zijn de vogelwachters voorzien van het Alcetsound-vogelweringsysteem, en het systeem wordt op diverse vuilstortplaatsen ingezet, meldt de producent Alcet Nederland op zijn site.
Het systeem is vorige zomer voor onderzoek neergezet in vijf boomgaarden waar kraaien en roeken in voorgaande jaren veel fruit wegpikten. Uit het onderzoek blijkt dat het systeem vooral roeken en kraaien goed uit boomgaarden weert: aan het eind van het seizoen bleek de schade door roeken en kraaien aan het fruit ‘aanzienlijk kleiner’ dan het voorgaande seizoen. Alleen op een perceel waar de installatie vaak en lang had aangestaan, lieten de vogels zich op den duur niet meer wegjagen. Een combinatie van Alcetsound met andere maatregelen, zoals een knalkanon, fluitlint of bejaging, is dan ook aan te bevelen, meldt het onderzoeksrapport.
Per hectare kost het systeem ongeveer 130 euro en de arbeid voor aanleggen en verwijderen is volgens het onderzoek beperkt. Bij de teelt van kersen, bessen en druiven is het systeem in één seizoen terug te verdienen, stelt het rapport. Bijkomend voordeel van het systeem is dat de natuurgetrouwe angstgeluiden voor omwonenden minder storend zijn dan bijvoorbeeld het knalkanon.
Het systeem wordt overigens ook geleverd met angstgeluiden van onder meer reeën, herten, everzwijnen, hazen en konijnen, meldt de producent.

Informatie: www.faunafonds.nl
Bron: Faunafonds

lees meer
23 MEI 2006

NATUURBELEID FRUSTREERT

Het rijksbeleid voor natuur, ruimtelijke ordening en waterbeheer leidt in diverse regio’s tot frustratie. Dat blijkt uit onderzoek van LEI en Alterra. Een intermediair zou kunnen helpen de kloof te dichten.
'Er bestaat een oerwoud van beleid en regelgeving en daar kunnen ze in de regio helemaal niet mee overweg', aldus projectleider drs. Trond Selnes van het LEI. Want het rijksbeleid voor natuur is niet of nauwelijks toegesneden op de specifieke omstandigheden in de regio, en de mensen in de regio hebben de kennis niet om dat beleid in hun gebied toe te passen.
Een voorbeeld is de manier waarop het gebied De Groene Long ten noorden van Amsterdam beleidsmatig is ingedeeld. Delen van het gebied zijn gelabeld als Ecologische Hoofdstructuur (EHS), ecologische verbindingszones, vogelrichtlijngebieden, Groen om de stad, landinrichting, strategische groenprojecten, groenontwikkelingsgebieden, landbouwkerngebieden, niet-agrarische gebieden en Witte Gebieden (woningbouw en recreatie). Ongelijkwaardige kwalificaties, waarmee het in de praktijk lastig werken is, aldus de onderzoekers.
In de drie regio's die de onderzoekers bekeken, ontstond een sterk gebiedsgerichte ontwikkeling mede dankzij de onvrede met het rijksbeleid, maar in de loop van de tijd werd de tegenstelling tussen rijk en regio minder hard door het gebruik van intermediairs. Selnes zou ook in de toekomst intermediairs willen inzetten tussen rijk, provincies en de regio's. 'Dat is de softe kant van het beleid; zorgen dat je professioneel met elkaar kunt omgaan. Nu was er weinig aandacht voor elkaar, of voor het oplossen van problemen.'

Informatie: www. alterra.wur.nl
Bron: Wb 15, 11 mei 2006

lees meer
5 MEI 2006

BLAUWALGEN EN PESTICIDEN

Biologen zoeken de oorzaak van het oprukken van de giftige blauwalg in het warmere klimaat en de steeds hogere concentraties meststoffen in water. Volgens dr. Miquel Lurling van Wageningen Universiteit zijn ze een belangrijke factor vergeten: bestrijdingsmiddelen.
’s Zomers moeten steeds vaker recreatieplassen dicht door de blauwalg. Dit organisme – feitelijk is het een cyanobacterie – produceert giftige stoffen die huidirritaties, misselijkheid, koorts en soms zelfs leverschade kunnen veroorzaken.
Blauwalgen komen overal voor, maar als ze gaan domineren wordt het gevaarlijk. Lurling onderzocht of herbiciden daarbij een rol spelen. In tijdschrift Chemosphere beschrijft hij met collega Roessink van Alterra dat de blauwalg door het in Nederland toegelaten landbouwgif metribuzin de onschadelijke groene alg moeiteloos verdringt.

Informatie: www.sciencedirect.com
Zie ook: Resource Online
Bron: Boomblad 2, mei 2006

lees meer
5 MEI 2006

DIOXINES BEDREIGEN PALING

De paling staat op het punt van uitsterven. Biologen van de Universiteit Leiden ontdekten dat dioxines daarbij waarschijnlijk een grote rol spelen.
Arjan Palstra deed in Leiden onderzoek naar de voortplanting van palingen. Daarvoor gebruikte hij alen uit de Grevelingen en de Loire. Palstra: ‘Na bevruchting vertoonden de meeste embryo’s afwijkingen en stierven uiteindelijk.’
Omdat bekend is dat dioxines invloed hebben op de voortplanting en ontwikkeling van organismen, besloten de onderzoekers het gehalte aan dioxines en soortgelijke stoffen in het vet van de dieren te meten. Veel vet wordt ook ingebouwd in de eicellen van de vrouwtjes.
De onderzoekers vonden de correlatie tussen het dioxinegehalte en de embryosterfte al bij dioxinewaarden die tien keer lager liggen dan de menselijke consumptienorm.

Informatie: www.fishbiology.net/silvereel.html
Bron: Boomblad 2, mei 2006

lees meer
5 MEI 2006

BOS LEEFT OP VAN DOOD HOUT

Er zou minimaal dertig kuub dood hout per hectare in het bos moeten liggen, stellen onderzoekers van Alterra. Dat is nodig voor het behoud van de biodiversiteit van aan dood hout gebonden organismen. De norm van het ministerie van LNV in het Programma Beheer - per hectare drie dode bomen van minimaal dertig centimeter doorsnede – vinden de onderzoekers weinig ambitieus.
Alterra deed een literatuurstudie naar dood hout in bossen en de gevolgen voor geleedpotigen, paddenstoelen en mossen die erop leven. Gemiddeld ligt er tussen de acht en twaalf kubieke meter dood hout in een hectare Nederlands bos.
Uit buitenlandse gegevens blijkt dat er in ongestoord oud bos wel honderd kuub ligt. In zulke oude bossen staan ook zeer oude, afstervende bomen en juist die vormen een unieke habitat voor vele zeldzame soorten planten en dieren. Want velen van hen vestigen zich alleen op dikke stammen. Oude dikke stammen zijn in Nederland echter extreem zeldzaam, het meeste bos in Nederland is jong.
De onderzoekers adviseren te zorgen voor een grote variatie aan dood hout in ruimte en tijd, omdat groepen organismen verschillend reageren op maatregelen.
Geleedpotigen en paddenstoelen zitten graag op loofhout; mossen hebben liever naaldhout. Algemene soorten paddenstoelen en geleedpotigen hebben genoeg aan dunne stammen en snoeihout, maar mossen hebben dikke stammen nodig.

Informatie: www.alterra.wur.nl
Zie ook: Resource Online
Bron: Boomblad 2, mei 2006

Zie ook: rapport

lees meer
5 MEI 2006

RECREëREN IN DE STAD

Stedelingen ontvluchten in hun vrije tijd massaal de stad, is het idee, om zich tegoed te doen aan de rust van de landelijke omgeving. Maar dat valt reuze mee, volgens het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Sterker nog, stadsmensen brengen 81 procent van hun uitjes in de stad door.
Men gaat dan het liefst naar de film, winkelt wat of pakt een terrasje. Slechts 16 procent van de stedelingen gaat daarvoor naar het landelijk gebied. Zelfs recreatief wandelen en fietsen doen twee van de drie mensen in de stad.
De plattelandsbewoner besteedt zijn vrije tijd met 58 procent wél vooral in de landelijke omgeving. Alleen voor recreatief winkelen en een avondje naar de film zoekt hij het liefst de stad op.

Informatie: www.scp.nl
Bron: Boomblad 2, mei 2006

Zie ook: rapport

lees meer
5 MEI 2006

RECREATIE MAAKT MOOI LANDSCHAP RENDABEL

Landbouw die waarde heeft voor de natuur en het landschap, is voor de agrariër economisch niet aantrekkelijk, concluderen onderzoekers van Plant Research International. Wel kan het de regio tientallen miljoenen opleveren aan inkomsten uit toegenomen recreatie, zo berekende het Landbouw Economisch Instituut.
Het onderzoek maakte deel uit van het voorbeeldproject Meervoudig Duurzaam Landgebruik waarbij boeren experimenteerden met alternatieve vormen van landgebruik. Ze vervingen bijvoorbeeld het gangbare raaigras door een mengsel met klaver, of plantten walnootbomen. Op bouwland maakte maïs plaats voor landschappelijk aantrekkelijkere gewassen.
Gras mengen met klaver leverde als enige per saldo meer op dan gangbaar raaigras. Het planten van walnootbomen blijkt een investering voor de lange termijn.

Informatie: www.pri.wur.nl
Zie ook: Resource Online
Bron: Boomblad 2, mei 2006

lees meer
5 MEI 2006

GANZENOVERLAST ONDER CONTROLE?

Het aantal in Nederland overzomerende en broedende ganzen is de laatste jaren sterk toegenomen, als gevolg van de verbeterde voedselsituatie en de toename van geschikt broedhabitat door onder meer natuurontwikkeling. Dat leidt tot conflicten met landbouw en natuurbeheer.
De hoeveelheid landbouwschade verschilt sterk per provincie, en hangt nauwelijks samen met de populatieomvang, melden Sovon, Rijksuniversiteit Groningen en de universiteit van Oldenburg, Duitsland in een rapport. Nader onderzoek moet duidelijk maken welke factoren hierbij een rol spelen.
Met aanpassingen in het beheer van de natuurgebieden is de ontwikkeling van de populaties waarschijnlijk te sturen, meldt het rapport. Daarnaast is ingrijpen in de overleving effectiever dan ingrijpen in de reproductie, stellen de onderzoekers.

Informatie: www.sovon.nl
Bron: Boomblad 2, mei 2006

Zie ook: rapport

lees meer
5 MEI 2006

WEIDEVOGELS NIET ALLEEN DOOR VOS VERSLONDEN

Vossen en kraaien zijn lang niet de enige die nesten van weidevogels leegroven, blijkt uit het vermaarde onderzoek van Alterra en Sovon. Integendeel: 'Wat vooral opviel is dat kraaien weinig doen', stelt drs. Hans Schekkerman van Alterra.
Die werden naast de vos als hoofddaders gezien, volgens Schekkerman waarschijnlijk doordat ze overdag jagen. 'Daarom zien mensen ze veel.'
De vos is wel de hoofddader als het gaat om het eten van eieren. Aan het eten van de kuikens blijken vooral roofvogels zich schuldig te maken, maar ook kleine roofdieren als hermelijnen, wezels en bunzingen lusten ze graag.
De predatie op weidevogels varieert erg van gebied tot gebied. Een landelijke maatregel, zoals het vrijgeven van de vossenjacht, is dan ook niet effectief, stellen de onderzoekers.

Informatie: www.alterra.wur.nl
Zie ook: Resource Online
Bron: Boomblad 2, mei 2006

Zie ook: rapport

lees meer
5 MEI 2006

NATUUR HOUDT VAN GELIJKVORMIGHEID

Waarom staan er zoveel op elkaar lijkende soorten bomen in het regenwoud? De ecologen prof. Marten Scheffer en dr. Egbert van Nes van Wageningen Universiteit denken een nieuw antwoord te hebben: het loont om op je concurrent te lijken.
De soortenrijkdom in de natuur stelt biologen al lang voor een raadsel. Traditioneel gaan onderzoekers ervan uit dat elke soort de beste is op zijn eigen terrein; omdat er zo veel verschillende ‘hoekjes’ in de natuur zijn, kunnen er ook zo veel verschillende soorten zijn.
Helemaal bevredigend is die verklaring echter niet. Het regenwoud staat bijvoorbeeld vol met verschillende soorten bomen, die er zo'n beetje hetzelfde uitzien en dezelfde behoeften hebben.
Met computermodellen denken Scheffer en Van Nes dit te kunnen verklaren. Ze simuleerden de natuur in een soort computerspel, waarin soorten van verschillende grootte met elkaar concurreerden en konden evolueren.
Scheffer: 'Je zou denken dat je dan uiteindelijk een paar gespecialiseerde soorten overhoudt, een grote, een middelgrote en een kleine bijvoorbeeld. Maar dat is niet zo. Wij zien juist hoopjes soorten overblijven die op elkaar lijken. Blijkbaar zijn er twee manieren om samen te kunnen voortbestaan: voldoende van elkaar verschillen, of juist voldoende op elkaar lijken. Het is niet gemakkelijk te begrijpen, en ook niet één twee drie voor te rekenen, maar we zijn ervan overtuigd dat we een verklaring voor de eenvormigheid hebben gevonden die houdt snijdt. Het is zelfregulatie.’

Informatie: www.pnas.org
Zie ook: Resource Online
Bron: Boomblad 2, mei 2006

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk