nieuws
16 MEI 2007
Agrarisch natuurbeheer niet effectief
Terwijl de flora en fauna in natuurgebieden er in kwaliteit op vooruitgaat, is er van een positief effect van agrarisch natuurbeheer nauwelijks sprake. Het Milieu- en Natuurplanbureau concludeert dit na een evaluatie van verschillende subsidieregelingen voor natuurbeheer.
Gemiddeld genomen gaat de natuurkwaliteit, ondanks dertig jaar subsidie, in het agrarisch gebied nog steeds achteruit. Daar waar het beheer al langere tijd gericht is op de flora, blijkt de natuurkwaliteit wel gehandhaafd te worden, maar de natuurdoelen van de rijksoverheid komen niet of nauwelijks dichterbij. Waarschijnlijk komt dit door slechte omstandigheden in het omliggende landbouwareaal, of door geringe geschiktheid van de locatie van het agrarisch beheer. Bovendien houden te veel boeren het agrarisch natuurbeheer maar enkele jaren vol.
De weidevogelstand is achteruitgaan bij zowel agrarisch natuurbeheer als bij andere vormen van beheer. De onderzoekers stellen dat voor succes bij agrarisch natuurbeheer meer zwaar beheer nodig is - waarbij in twintig tot veertig procent van het gebied met uitgestelde maaidatum gewerkt wordt - en een sterkere concentratie hiervan in meer kansrijke gebieden.
In natuurgebieden is de kwaliteit de afgelopen zes tot vijftien jaar over het algemeen behouden of vooruit gegaan. Regelingen die sinds 2000 meer gericht zijn op zogenoemde '
output sturing' hebben hier waarschijnlijk aan bijgedragen. De doelen van de rijksoverheid gaan echter vaak nog verder dan deze resultaten. Voor meer dan de helft van het areaal in natuurgebieden zijn de doelen van het rijk nog niet gerealiseerd. Dit komt onder andere doordat daar meer tijd voor nodig is dan de termijn van zes jaar van de subsidieregelingen. Ook een slechte kwaliteit van het milieu, en versnippering van de natuurgebieden spelen een rol.
Het is volgens de onderzoekers mogelijk om de resultaten in natuurgebieden te verbeteren door de verschillende beheerregelingen, doelen, monitoringen en rapportages beter op elkaar af te stemmen. Ook kan de output sturing meer gericht worden op natuurdoeltypen. Daarnaast is het nodig om het oppervlak natuur te vergroten en de milieukwaliteit te verbeteren.
Bron: Milieu- en Natuurplanbureau
Zie ook: rapport