homerapportenservicecolofonabonnment / adreswijzigingadverterenarchieflinks

nieuws

21 JANUARI 2010

NIEUW VAKBLAD NATUUR BOS LANDSCHAP IS UIT!

Op 21 januari 2010 is het eerste nummer uitgekomen van het ‘nieuwe’ Vakblad Natuur Bos Landschap, met een nieuwe vormgeving, een iets groter formaat, vier extra pagina’s en een aantal nieuwe vaste rubrieken. Door de fusie van Boomblad met het ‘oude’ Vakblad Natuur Bos Landschap is een nieuw tijdschrift ontstaan waarmee beheerders, onderzoekers, adviseurs en beleidsmakers nog beter op de hoogte blijven van hun vakgebied.
Boomblad en Vakblad Natuur Bos Landschap waren beide bladen die zich richtten op professionals in natuur-, bos- en landschapsbeheer. Boomblad legde het accent vooral op het vertalen van wetenschappelijke kennis, en werd volledig door journalisten geschreven. Het Vakblad maakte ook ervaringen uit de praktijk breder bekend, en bood naast journalistieke artikelen tevens een podium voor auteurs uit de sector.

In het nieuwe Vakblad komt een aantal vaste onderdelen van Boomblad terug, zoals het debat, de reportage, het portret, uitgebreid nieuws en het rapportenoverzicht. Verder zijn er twee nieuwe rubrieken: ‘Denkwerk’ (ruimte voor een filosofisch of opiniërend essay) en een estafettecolumn onder de naam 'Doorgeefganzenveer'. Uiteraard biedt het nieuwe Vakblad nog steeds uitgebreid de ruimte voor artikelen van mensen uit het werkveld van natuur, bos en landschap. Wat ook blijft zijn de agenda, het 'Praktijkraadsel', de vaste pagina’s van de Koninklijke Nederlandse Bosbouw Vereniging en regelmatig een juridische column.

Een proefnummer is aan te vragen via .

Informatie: www.vakbladnatuurboslandschap.nl

lees meer
18 NOVEMBER 2009

MEER OVERWINTERENDE WATERVOGELS

Het aantal doortrekkende en overwinterende watervogels in Nederland is de laatste jaren flink toegenomen, zo blijkt uit een recente publicatie van het Milieu en NatuurCompendium.
Dat geldt vooral voor ganzen en zwanen, en minder sterk voor de stletlopers en de eenden. Per soort zijn er ook grote verschillen te zien. Zo zijn de krakeend, krooneend, knobbelzwaan, brandgans en nijlgans toegenomen, terwijl de strandplevier, waterhoen en scholekster zijn achteruitgegaan.
Voor veel trends wordt aangenomen dat ze vooral veroorzaakt zijn door veranderende voedselbeschikbaarheid, als gevolg van veranderingen in waterkwaliteit, het menselijk gebruik van het water, natuurontwikkeling en beheer.
Gemiddeld verbleven in Nederland in de periode juli 2005 - juni 2006 2,5 miljoen watervogels per maand. In de winter zijn de aantallen doortrekkende en overwinterende watervogels het hoogst. Zo zijn er in januari 2006 5,4 miljoen watervogels in Nederland geteld.


lees meer
5 NOVEMBER 2009

DUINEN GEEN EENHEIDSWORST

De plantengroei van de Nederlandse duinen dreigt een saaie eenheidsworst te worden. Terwijl deze in aanleg een grote variatie vertoont, die samenhangen met verschillen in de samenstelling van het duinzand. In het duinbeheer moet daarom meer oog zijn voor maatwerk. Dat stelt Anton van Haperen in zijn proefschrift.
De verschillen in de plantengroei van de Nederlandse kalkrijke duinen zijn bekend sinds de eerste helft van de vorige eeuw. Toch wordt deze plantengroei meestal nog over één kam geschoren, als het zogenoemde renodunaal floradistrict. Volgens van Haperen is dat niet juist.
De verschillen tussen de duinbegroeiing op Walcheren en Schouwen enerzijds en Goeree, Voorne en de Hollandse vastelandskust anderzijds kunnen bijvoorbeeld worden verklaard door de geologische geschiedenis en de stromingspatronen langs de kust. Ook de mens speelt een belangrijke rol. Tot halverwege de 18e eeuw vertoonde het duingebruik weinig variatie. Daarna gingen zich grote verschillen voordoen. Bovendien werden met de kustverdediging in Zuidwest-Nederland grote delen van de stuivende duinen vastgelegd, waardoor uigte en struweel de overhand kregen, terwijl veel kenmerkende duinplanten en –dieren voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van pionierstadia en open, weinig begroeide landschappen. Naast oog voor de verschillende uitgangssituaties en maatwerk in beheer, is dan ook herstel van de kust- en duindynamiek een voorwaarde voor de instandhouding van de gevarieerde plantengroei van het duinlandschap.


lees meer
23 OKTOBER 2009

GANZEN GEBRUIKEN OPVANGGEBIED ONVOLDOENDE

Van de ganzenpopulatie die in Nederland overwintert verblijft zestig procent in de voor hen gerealiseerde 80.000 hectare foerageergebieden. Dat blijkt uit een evaluatie van het beleid.
Het actief verjagen van ganzen buiten de opvanggebieden leidt niet tot meer ganzen in de opvanggebieden.
Vanaf 2004 zijn de provincies begonnen met de aanwijzing van foerageergebied waarbinnen ganzen en smienten rust en voedsel wordt geboden. In deze gebieden kunnen de boeren nu kiezen tussen een opvangovereenkomst via de provinciale regelingen Agrarisch Natuurbeheer (PSAN) of een volledige vergoeding van de getaxeerde gewasschade via het Faunafonds.
Om de schade buiten de opvanggebieden te verminderen moeten de ganzen daar verjaagd worden, en eventueel afgeschoten. Het idee hierachter is dat de ganzen geleidelijk leren waar ze welkom zijn en waar niet.
De belangrijkste conclusie uit het rapport is volgens LNV dat de ganzen (kolgans, grauwe gans, brandgans, rietgans) en smienten zich tot nu toe niet voldoende concentreren in de opvanggebieden. Ook is het aantal ganzen in Nederland en de jaarlijkse groei niet essentieel veranderd. Er is een jaarlijkse toename in de periode1975-2008 van circa zes procent.
Uit het onderzoek blijkt dat de hoeveelheid voedsel in de opvanggebieden, geen beperkende factor vormt. Ook bij verdere groei van de aantallen is er nog voldoende voedsel voor de komende 10 jaar. Daarna ontstaan mogelijk tekorten.
De opvangovereenkomsten en de schaderegeling kosten de overheid circa 17 miljoen euro per jaar. De kosten zijn hoger uitgevallen dan werd verwacht. Volgens de onderzoekers komt dit door de hogere vaste vergoeding per hectare voor de ganzenbeheerpakketten. Verder blijkt dat de ganzen langer in Nederland verblijven dan was voorzien. De tegemoetkomingen voor schade buiten de gebieden zijn niet afgenomen met de toename van het areaal foerageergebieden. Verder zijn ook de gewasprijzen en onkosten gestegen.


lees meer
1 OKTOBER 2009

EGEL MEET BODEMVERVUILING

De concentratie metalen in haar en stekels van egels is een goede idicatie van de vervuiling van de bodem. Dat blijkt uit onderzoek van Helga D’Havé van de Universiteit Antwerpen.
De onderzoekers onderzochten een egelpopulatie bij Hoboken, op een kilometer van een metaalverwerkend bedrijf, en zes egelpopulaties verder van Hoboken. Van 83 egels verdeeld over de verschillende populaties werden haar- en stekels genomen en geanalyseerd op zware metalen. Uit de resultaten blijkt dat egels die dichter bij het metaalverwerkende bedrijf leven, meer zware metalen in hun lichaam hebben. Deze metalen vertonen in haar en stekels zelfs een gradiënt die identiek is aan de gradiënt die in de bodem werd gevonden. De concentraties in het haar van egels vlakbij het metaalverwerkende bedrijf waren tientallen malen hoger dan de laagste gemiddelde concentratie die werd gemeten.
De egel blijkt uitstekend geschikt als bio-indicator om milieuvervuiling te meten, stelt D’Have dan ook in het tijdschrift Zoogdier.

Informatie: www.helgadhave.be

lees meer


Boomblad is een tweemaandelijkse
uitgave van
Uitgeverij Landwerk